In het schooljaar 2024-2025 ontving 40% van de leerlingen in het gewoon kleuteronderwijs een schooltoeslag. Daarnaast had 29% van de kleuters een niet-Nederlandse thuistaal en woonde 26% in een buurt met een hoge mate van schoolse vertraging. 19% had een laagopgeleide moeder. Het gaat om de 4 zogenaamde ‘leerlingenkenmerken’ die het sociale profiel van een school bepalen.
In het gewoon lager onderwijs ontving 42% een schooltoeslag, 28% had een niet-Nederlandse thuistaal en 25% woonde in een buurt met een hoge mate van schoolse vertraging. 20% van de leerlingen had een laagopgeleide moeder.
Het aandeel leerlingen met thuistaal niet-Nederlands lag in de meest recente schooljaren hoger dan in het schooljaar 2014-2015. Het percentage stijgt in het gewoon lager onderwijs jaarlijks met ongeveer één procentpunt.