Iets meer dan een halve eeuw was de grote loods van de
vzw Salvatoriaanse Ontwikkelingshulp een vertrouwd beeld op
’t Lo. Nu wordt het gebouw afgebroken. Nog wat sloop- en recyclagewerk, en dan resten alleen een braakliggend terrein en een massa herinneringen. Herinneringen aan de kledinginzameling zelf, maar vooral ook aan de talloze projecten die met de opbrengst ervan in ontwikkelingslanden werden gerealiseerd.
Pater Gerry Gregoor, sinds 2011 directeur van de Salvatorhulp, blikt terug: “Vanaf ongeveer 1975 werd de inzameling vanuit onze loods hier aangestuurd."
"Er is een tijd geweest dat we in naburige Nederlandse gemeenten, in alle Belgisch-Limburgse gemeenten en in een aantal aangrenzende Antwerpse en Brabantse gemeenten een vijfhonderdtal containers in beheer hadden."
De winst uit de verkoop van de kleren werd doorgestort naar de Salvatoriaanse Hulpactie. Die financierde daarmee projecten in ontwikkelingslanden.” Jarenlang liep dat zijn gangetje, tot Limburg.net de organisatie van de kledinginzameling naar zich toe trok.
Pater Gerry Gregoor: “Op zich was dat een zinvol initiatief. Limburg.net wilde meer grip krijgen op een sector die economisch boomde, maar die ook een zekere wildgroei kende en niet altijd in de gewenste richting evolueerde.”
Voor de Salvatoriaanse Ontwikkelingshulp betekende dat wel dat de vzw het terrein van de kledinginzameling voortaan moest delen met commerciële inzamelaars. Bovendien moest er een bijdrage worden betaald voor de locaties waar kledingcontainers mochten worden geplaatst.
En daar bleef het niet bij. Pater Gerry Gregoor: “Eind 2024, begin 2025 kelderden de verkoopprijzen van tweedehandskledij. Tegelijk werden onze containers steeds vaker gebruikt als stortplaatsen voor allerlei huishoudelijk afval. Dat afval uit de containers halen, was niet altijd een even smakelijk karwei. Bovendien moesten wij financieel opdraaien voor het opruimen van andermans afval.”
Uiteindelijk zag het bestuur geen andere oplossing dan de stekker uit de kledinginzameling te trekken. Met pijn in het hart.
Pater Gerry Gregoor: “Die inzamelingen hebben veel opgebracht. Daarmee konden we in al die jaren heel wat projecten in ontwikkelingslanden financieren. Dat zullen we voortaan enkel nog kunnen doen met giften voor projecten, maandelijkse stortingen van weldoeners voor financiële kinderadoptie en testamentaire giften die aan de Hulpactie worden overgemaakt. Het is helaas niet anders.”
Van Expo ’58 tot ’t Lo
Overigens was de loods die nu tegen de vlakte gaat niet het eerste gebouw op ’t Lo waar de salvatorianen met hun ontwikkelingshulp actief waren. Die eer komt toe aan een inmiddels verdwenen houten barak.
Toen die barak op ’t Lo aankwam, had ze er al een behoorlijke staat van dienst op zitten. Samen met vele andere barakken bood ze in Brussel onderdak aan arbeiders die meewerkten aan de voorbereidingen van Expo ’58. Hun sobere verblijven stonden in schril contrast met de luxe en moderniteit van de tentoonstellingsgebouwen.
Toen die gebouwen eenmaal klaarstonden te glimmen, werden de woonbarakken verkocht. Eén ervan werd door de salvatorianen op de kop getikt. In Kessel-Lo bood ze tot 1965 onderdak aan studerende salvatoriaanse fraters, toekomstige paters in opleiding. Daarvoor moesten de fraters het in Brussel gedemonteerde gebouw wel eigenhandig weer in elkaar puzzelen.
In 1965 verhuisde de barak naar ’t Lo. Van 1966 tot 1981 deed ze dienst als secretariaat van wat toen nog de ‘Hulpactie voor Zuid-Amerika’ heette. Daarna werd ze vooral gebruikt als opslagplaats voor overtollig materiaal en een tijdlang als ontspanningsruimte voor de oudere internen.
In mei 1994 werd de barak definitief afgebroken. Op de plek waar ze bijna dertig jaar dienst had gedaan, werden bijkomende garages opgetrokken.
Jef Vanbussel
Foto’s: Jef Vanbussel
Luchtfoto (onder) van het complex van het Salvatorcollege omstreeks 1984-1985. Linksonder in de hoek: de voormalige (witte) woonbarak van de Expo. Van 1966 tot 1981 diende ze als secretariaat van de Salvatoriaanse Hulpactie. (Foto Johan Moris)
Met dank aan Johan Moris, archivaris van de salvatorianen.