De provincie Limburg pakte in 2024 uit met een op het eerste zicht mysterieuze slogan “Merci Rik”, gekalkt op menig fietsroute en opvallend verspreid op de pistes van fietswedstrijden . En Rik dan? Hij heette officieel Henri L’Allemand en werd in Hasselt aangesproken als Rik. Op het titelblad staat onder zijn naam, tussen haakjes, Rik L’All. Rik richtte in 1892 de Véloce-Club Hasseltois op en in 1893 met de steun van de club uit Sint-Truiden de Fédération vélocipédique limbourgeoise. Luk Van de Sijpe licht toe hoe Rik de Limburgse dorpjes destijds beschreef:
Henri L’Allemand ontwikkelde evenwel in zijn atelier te Brussel in 1893 een eigen type luchtbanden voor fietsen en wist als geen ander promotie te maken voor zijn ‘uitvinding’ door middel van een uitgeschreven fiets-driedaagse. In datzelfde jaar publiceerde hij bij drukker G. Fischlin te Brussel een
handig boekje van 58 pagina’s met als titel En Campine. Excursion d’un cycliste à travers le Limbourg belge.
Jef Vanbussel heeft dit zopas via Internetgazet voor Noord-Limburg vertaald en toegankelijk gemaakt. Dat boekje was dus de inspiratie voor de fietsminnende provincie om in 2024 met deze stunt uit te pakken. Rik is als het ware de
initiator van het moderne fietsparadijs Limburg.
Wie het boekje van Rik L’Allemand leest, ervaart weliswaar een dubbel gevoel. Rik L’Allemand erkent een aantal hotspots in Limburg, maar hamert vooral op de troosteloosheid van haast alle gemeenten die hij passeerde. Hij is erg gecharmeerd door de site van het Kamp van Beverlo (Leopoldsburg), de Achelse Kluis en het ‘belevingscentrum’ Genk. Hij waardeert ook het historisch belang van de steden Hasselt, Sint-Truiden en Tongeren.
Zijn algemene conclusie over de Kempen (of bedoelt hij heel Limburg?) is treffend:
“Zonder twijfel land voor de toekomst. Maar op dit moment zeer primitief. Duister land, land van schaduw, volledig doordrongen van een treurige dichtkunst, onbeschaafd, in hoge mate suggestief.”
Elders schrijft hij ook nog over zijn doortocht in de Kempen: “ruw land, land van miserie, donker land…”
Overlopen we zijn appreciatie van de bezochte gemeenten, dan wordt het oordeel over Limburg nog negatiever.
- Stokrooi: arm dorp, aarden hutten
- Bolderberg: miserabel dorp
- Beringen: niets over te zeggen
- Hechtel: ordinair dorp
- Kleine-Brogel: pijnlijk contrast, armzalige hutten, droevige aanblik
- Neerpelt: groot, net, zonder iets bijzonders
- Achel: dorp zonder karakter
- Kaulille: triestig en treurig, arm en vuil, het slaat miserie uit. Geen cultuur
- Bocholt: onbenullig klein dorp
- Maaseik: treurige kleine stad en bleek. Maaseik is snel doorlopen
- Lanklaar en Maasmechelen: beide zonder karakter
- Lanaken: rustig dorp
- Zutendaal: zonder bijzonderheid
- Genk (dorp): het dorp op zich betekent niets
- Hasselt: rustige stad
- Kermt: klein, weinig interessant
- Kuringen: schrale gemeente
- Tongeren: rustig, triestig, leeft van zijn groots verleden
- Mopertingen: weinig interessant
- Bilzen: relatief groot, het is een rustig dorp, doodgewone plaats
Een aantal gemeenten krijgt evenwel een beter rapport.
- Eksel: zeer mooi, een stad in het klein
- Sint-Huibrechts-Lille: het is Eksel in het klein
- Hamont: groot, keurig, zonder ophouden in stijgende welvaart
Deze drie gemeenten waren juist in deze periode door teutenfamilies verfraaid met mooie herenhuizen, de zogenaamde teutenhuizen. Dit is Rik niet ontgaan: ruime huizen, bijna allemaal nieuw.
- Bree: zeer goed, zeer groot, veel cafés met aardige meisjes
- Hocht: nog zeer pittoresk
- Borgloon: groot dorp, zeer bedrijvig, welvarend
- Brustem: mooi dorp
- Diepenbeek: mooi dorp, redelijk groot
Uiteraard besteedt Rik L’Allemand ook aandacht aan de conditie van het wegennet en de verblijfsmogelijkheden op zijn route. Hij was getuige van de ontluikende industrialisatie in deze regio en bezocht de zinkfabriek van Overpelt en de kruitfabriek van Kaulille. Regelmatig is hij in de vele cafés onderweg gecharmeerd door de aanwezigheid van ‘les jolies filles’, zoals in Bree.
Het boekje van Rik L’Allemand had slechts een beperkte oplage. Vandaag is het nog nauwelijks te vinden.
Luk Van de Sijpe
Hamont-Achel, januari 2026