Het aandeel deeltijds werkenden in het totaal aantal werkenden van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest lag in 2025 op
25,2%. Dat is iets hoger dan in 2024 (24,4%). In 2005 bedroeg dat aandeel 22,2%.
In 2025 lag het aandeel deeltijds werkenden bij vrouwen (39,6%) veel hoger dan bij mannen (12,0%).
Het aandeel deeltijds werkenden neemt toe met de leeftijd. Het aandeel werkenden met een deeltijdse job lag in 2025 het hoogst bij de 55- tot 64-jarigen (35,2%) en het laagst bij de 20- tot 34-jarigen (22,6%). Het aandeel deeltijds werkenden daalt naarmate het onderwijsniveau toeneemt. In 2025 lag het aandeel deeltijds werkenden bij kortgeschoolden op 28,2%, tegenover 24,4% bij middengeschoolden en 24,0% bij hooggeschoolden.
Ook naar huishoudpositie zijn er verschillen. Het aandeel deeltijds werkenden lag in 2025 het hoogst bij éénoudergezinnen (33,1%). Alleenstaanden werkten het minst vaak deeltijds (17,5%).