34,8% van alle loontrekkenden werkte in 2025 soms of regelmatig van thuis uit. Dit is 1,8 procentpunt meer dan in 2024. Behalve in 2021 is thuiswerken nog nooit zo wijdverbreid geweest. In 2019 ging het volgens Statbel, het Belgische statistiekbureau, nog maar om 18,9% van de loontrekkenden.
Vooral in de openbare sector is thuiswerk helemaal ingeburgerd, met één op de twee loontrekkenden. In de privésector gaat het om 29,7%. Dat heeft vooral te maken met de aard van het werk in die sectoren. Beroepsgroepen waar het vaakst aan thuiswerk gedaan wordt zijn die van de managers (65,2%) en de intellectuele, wetenschappelijke en artistieke beroepen (61,6%), gevolgd door administratief personeel (41,2%) en technici en verwante beroepen (39,3%).