Vorige week brachten we al het
bericht over de vele
ontgravingen op het kerkhof van Paal. Bijna 1000 graven zijn verdwenen en wat rest zijn verschillende kale vlaktes. Door vertraging van de werken is het gras laat ingezaaid wat zorgt voor een zachte ondergrond. De regen van afgelopen weekend zorgde her en der voor verzakkingen en bezoekers die de afgelopen dagen hun graf kwamen kuisen, zakten weg in de modder. Gisteren deed de Stad Beringen al aanpassingen na een
reportage op VRT NWS Limburg. Veel bezoekers reageren boos op de toestand. Zo schreef John Alderson een open brief.
"Op zijn negentien jaar, in 1997, kwam mijn broer
Andy Alderson om het leven bij een tragisch verkeersongeval. Een dag die sindsdien een dag werd voor onze familie een dag die voor altijd verbonden zou blijven met verdriet en gemis.
We begroeven hem op de begraafplaats van Paal. Daar kreeg hij zijn laatste rustplaats. Een plek waar we konden stilstaan, herinneringen ophalen en hem, op onze manier, toch nog een beetje dichtbij konden houden.
We dachten dat hij daar voor altijd zou mogen rusten.
Tot we ongeveer twee jaar geleden te horen kregen dat zijn graf zich bevond op een gedeelte van de begraafplaats waar de concessie niet verlengd kon worden. Een beperking waarvan wij bij zijn begrafenis in 1997 nooit op de hoogte waren gebracht.
Plots werd een beslissing die we bijna dertig jaar geleden in volle verdriet hadden genomen, opnieuw ter discussie gesteld.
Een tweede afscheid dat niemand gevraagd heeft.
Het stadsbestuur van Beringen stelde dat er een tekort aan beschikbare ruimte dreigde op de begraafplaats van Paal. Er moesten graven verdwijnen en stoffelijke resten worden opgegraven.
Wie de rustplaats van een dierbare wilde behouden, kon kiezen voor een nieuwe concessie. Maar daar hing een stevig prijskaartje aan vast.
Niet alleen moest er betaald worden voor de nieuwe concessie, ook de kosten voor de ontgraving, de herbegraving en het verplaatsen en hergebruiken van de grafsteen kwamen voor rekening van de nabestaanden.
Onze familie heeft uiteindelijk beslist om die kosten te dragen. Niet omdat we achter deze gang van zaken stonden, maar omdat we de herinnering aan mijn broer en zijn tastbare rustplaats wilden behouden.
De werkzaamheden aan zijn nieuwe graf zijn ondertussen afgerond en werden volgens de gemaakte afspraken uitgevoerd. Dat wil ik ook eerlijk erkennen.
Maar wat administratief misschien een afgerond dossier is, heeft bij ons als familie opnieuw diepe sporen nagelaten.
Wij hebben mijn broer voor de tweede keer moeten begraven.
Bijna dertig jaar na zijn overlijden werden oude wonden opnieuw opengereten. Herinneringen aan die verschrikkelijke dag in 1997 kwamen opnieuw naar boven. Een verdriet dat nooit helemaal verdwijnt, werd door een bestuurlijke beslissing opnieuw bijzonder tastbaar.
En dan stel ik mij de vraag: beseft men op het stadhuis eigenlijk wat zo'n beslissing emotioneel betekent?
Is eeuwige rust afhankelijk geworden van wat een familie kan betalen?
Wij waren gelukkig in de mogelijkheid om de financiële gevolgen te dragen. Maar wat met families die dat niet kunnen?
Wat met ouderen die van een beperkt pensioen leven? Wat met gezinnen voor wie enkele honderden euro's, boven op alle bijkomende kosten, simpelweg onhaalbaar zijn?
Moeten zij dan maar aanvaarden dat de rustplaats van hun dierbare verdwijnt?
Ik vraag mij oprecht af hoeveel families uiteindelijk noodgedwongen afscheid hebben moeten nemen van een graf dat jarenlang een vaste plaats had in hun leven.
Een begraafplaats is geen gewone openbare ruimte die je naar believen kunt herinrichten. Het is een plek van herinnering, verbondenheid en respect. Een plaats waar achter iedere grafsteen een menselijk verhaal schuilt.
Natuurlijk begrijp ik dat een stadsbestuur begraafplaatsen moet beheren en dat beschikbare ruimte niet onbeperkt is. Maar tussen een noodzakelijke herinrichting en een menselijke, respectvolle aanpak ligt een wereld van verschil.
En dan ligt de begraafplaats er ook nog eens erbarmelijk bij
Alsof de emotionele en financiële gevolgen nog niet zwaar genoeg waren, worden bezoekers vandaag geconfronteerd met de toestand van de begraafplaats.
Het recente artikel van VRT NWS over bezoekers die wegzakken in de modder op de begraafplaats van Paal legt de vinger op een bijzonder pijnlijke wonde.
Nabestaanden moesten moeilijke beslissingen nemen, betalen voor nieuwe concessies en soms opnieuw afscheid nemen van een dierbare. En wat krijgen ze daarvoor terug? Een begraafplaats waarvan grote delen er momenteel allesbehalve waardig bij liggen.
Ik begrijp dat werkzaamheden tijdelijk hinder kunnen veroorzaken. Maar dan mag men toch verwachten dat er voldoende aandacht gaat naar de toegankelijkheid, de veiligheid en de waardigheid van de omgeving?
Zeker in de periode rond Allerheiligen, wanneer veel families hun overleden dierbaren bezoeken.
Een vraag aan u mevrouw Jessie De Weyer,
Mevrouw De Weyer, ik richt mij rechtstreeks tot u als verantwoordelijke schepen.
Ik verwacht niet dat u persoonlijk het verdriet van iedere familie kunt wegnemen. Dat kan niemand.
Maar ik verwacht wel dat een stadsbestuur begrijpt dat achter ieder graf een familie staat. Mensen met herinneringen, verhalen en verdriet. Mensen voor wie een graf geen administratief dossiernummer is, maar een laatste tastbare verbinding met iemand die ze moeten missen.
Ik zou graag vernemen waarom de financiële gevolgen van deze herinrichting zo zwaar bij de nabestaanden terechtkomen. Waarom er destijds blijkbaar onvoldoende duidelijkheid bestond over de mogelijkheden om een graf te behouden. En vooral: welke inspanningen het stadsbestuur heeft geleverd om de emotionele impact voor de betrokken families zo klein mogelijk te houden.
Want communicatie is meer dan een sticker op een graf kleven met de mededeling welke keuzes een familie heeft en hoeveel die keuzes kosten.
Communicatie begint bij begrip, betrokkenheid en respect.
Respect mag geen bijkomende kost zijn.
Mijn broer werd negentien jaar. Hij kreeg nooit de kans om ouder te worden, een gezin te stichten of zijn dromen waar te maken.
Wat wij hem als familie nog konden geven, was een waardige laatste rustplaats.
Die rustplaats hebben we nu, bijna dertig jaar later, opnieuw moeten veiligstellen. Tegen betaling, met bijkomende praktische zorgen en vooral met veel opnieuw opgerakeld verdriet.
Ik hoop oprecht dat het stadsbestuur van Beringen niet alleen kijkt naar de planning, de beschikbare ruimte en de financiële kant van dit project, maar ook naar de mensen die erdoor getroffen worden.
Dat er openheid komt over de gemaakte keuzes, dat de begraafplaats opnieuw een waardige en toegankelijke omgeving wordt en dat er kritisch wordt gekeken naar de financiële lasten die bij nabestaanden worden gelegd.
Want uiteindelijk gaat het hier niet alleen over graven, concessies of modderige wandelpaden.
Het gaat over hoe wij als samenleving omgaan met onze overledenen. En vooral over hoe wij omgaan met de mensen die hen achterblijven missen.
Mijn broer heeft ons in 1997 veel te vroeg moeten verlaten. Bijna dertig jaar later hebben wij hem een tweede keer moeten begraven.
Laat ons hopen dat hij nu eindelijk de rust krijgt die we hem destijds zo graag wilden schenken", aldus de open brief.