Het weer is altijd een gespreksonderwerp. Vandaag kregen we wisselvallig weer met zon, regen, hagel, wind en alles daartussen. Ook gekend als de periode van maartse buien en aprilse grillen. Ook in de 19de eeuw was het weer belangrijk. Zo schreef pastoor Lynen in Koersel regelmatig over het weer in zijn dag(kas)boek. Dat oude dagboek levert interessante informatie op over het leven van Koersel in het begin van de 19de eeuw. Dankzij auteur Jos Gijbels kunnen we die oude geschriften lezen. Hij maakte immers een mooie reeks boekjes over Koersel van weleeer.
We nemen u vandaag even mee naar het weer van toen:
1836
Den 30 april bijnier geheel den dag gesnift en gehagelt
1837
Den 21 meert is eenen geweldigen vorst begonst en heeft geduurd tot den 27 ’s avonds voor paschen, heeft veel schade veroorzaakt.
Den 5 april is eenen zwieren sneuw gevallen geduerende 2 dagen, weer opgevolgt een bitteren koude en sterken vorst.
1851
Den 17 meert is den winter op een nieuw begonst, vriest zeer, den 23 meert valt den sneeuw met zware flokken.
1853
Den 13 feb is den winter begonst, voor dien tijd hebben wij een zeer warm seizoen gehad, tot den 27 altijd koud, veel sneuw gevallen en de uitgehaalde potatters bevrozen.
1854
Den 11 january is den winter zeer hevig begonst en heeft geduerd over de twee maanden, den 25 meert nog gedurig sneeuw en koud, het koren ziet root en is in eenen slegten staet. Het groen zeer dier in meert en april tot 7,70 den halster, het laet gezet koren zeer uytgestorven.
1856
Den winter is niet hevig geweest, enige dagen zeer kout, nu in january geenen vries meer.
Tot zover het weer in de 19de eeuw.
De boekjes van Jos Gijbels kan je lezen in de bib van Beringen in het hoekje van de Beringse auteurs. (foto Marleen Abeels - foto's onderaan Gust Ischen)