In 2025 maakte nagenoeg 9 op 10 kinderen van de niet-schoolgaande kinderen van 3 maanden tot 3 jaar regelmatig of beperkt gebruik van opvang. Die opvang gebeurde via formele voorzieningen (onthaalouders, kinderdagverblijven en crèches) en/of door het informele netwerk (grootouders, andere familieleden, huispersoneel, …).
79% van de niet-schoolgaande kinderen tussen 3 maand en 3 jaar wordt opgevangen in de formele opvang (dit kan in combinatie zijn met informele opvang), 68% gebruikt informele opvang (al dan niet in combinatie met formele opvang).
Meer dan de helft (59%) van de niet-schoolgaande kinderen tussen 3 maanden en 3 jaar maakt zowel gebruik van formele als informele opvang. 20% van de niet-schoolgaande kinderen wordt enkel opgevangen in de formele kinderopvang en 9% enkel in de informele opvang.
In 2025 maakten 83% van de kinderen regelmatig gebruik van de opvang. Dat betekent dat ze wekelijks opvang krijgen van minstens 1 dag van 5 uur of meer, of minstens 3 dagen van minder dan 5 uur (weekenddagen inbegrepen). 5% maakt beperkt gebruik van opvang. Het gaat om kinderen die wekelijks gebruik maken van de opvang maar minder intensief dan de regelmatige gebruikers, of om kinderen die slechts af en toe of maandelijks opvang gebruiken. De resterende 12% van de niet-schoolgaande kinderen maakt zelden of nooit gebruik van opvang.
Groepsopvang met inkomenstarief en grootouders zijn meest gebruikte opvangvormen.