Geachte mevrouw Straat,
Ik moet u feliciteren. Tenminste, dat denk ik. U haalde in ons land het nationale nieuws. Tijdens uw optreden op de Gentse Feesten deed u een oproep aan alle witte mannen om zich naar achteren te begeven. U had diezelfde oproep al eerder gedaan tijdens een muziekfestival in Nederland. Ook toen regende het klachten en barstte er een hevige discussie los. Sta me toe om enkele tips te geven.
Op de eerste plaats moet u even stilstaan bij de gevolgen van uw actie voor de gewone man. Afijn, de gewone man. Ik heb het over Marcel van den Boks in café De Kiezel. Hij verbleef deze zomer opnieuw enkele weken in Spanje. Achteraf kan hij het niet laten om te stoefen over zijn bruin getinte huid.
Wat zeg ik? Bruin? Hij ziet dan zo zwart als een schalie. Zo zeggen we dat hier. Een schalie is een lei van een dak. Hij had het nieuws van uw actie opgevangen en dacht dat hij als gekleurde mens eerst mocht bestellen aan de toog. Tijdens de kermis kan het nogal druk zijn in café De Kiezel. Maar dat was onder zijn ‘boks’.
Vervolgens moet ik u zeggen dat ik – als ik nog eens een festival bezoek – sowieso achteraan postvat. Dicht bij de uitgang en dicht bij de toog. Het valt me wel op dat er achteraan in de zaal veel babbelaars staan die het optreden storen. Vaak zijn dat Nederlanders. Pas op, ik wil hiermee niet discrimineren, het is gewoon zo.
U predikt de revolutie voor de gelijkheid van onder andere man en vrouw en soms is die revolutie inderdaad nodig. Er is nog werk aan de winkel, ook bij witte mannen. Maar ik voel me niet aangesproken. En er zijn nog van die dinges.
Ik wil graag afsluiten met een verduidelijking van mijn buurman Gust. De slimste mens die ik ken.
“Weet ge wat de wereld mist Désiré?”, vroeg hij me. “Nuancering”, gaf hij meteen het antwoord. “Maar wacht Gust”, zei ik. “Sophie Straat zegt zelf dat er geen tijd meer is voor nuance.”
“Ze vergist zich”, vervolgde Gust. “Weet ge waar het woord ‘nuance’ vandaan komt? Oorspronkelijk van het Latijnse ‘nuber’. Dat betekent ‘wolk’. In een wolk zie je veel schakeringen. Later werd dit ‘nuer’ in het Frans. Nog later ‘nuance’ en ‘nuancer’. Subtiele overgangen aanbrengen in kleur, licht en schaduw. Het werd vooral in de schilderkunst gebruikt. Och Désiré, uit de kunst ontstaat zoveel moois. Daarna kwam het werkwoord nuanceren in onze taal. Geen zwart-witdenken, nee, wel subtiele 'tussentinten' van een argument laten zien. Geef toe, dat is toch prachtig.”
Zeg nu zelf mevrouw Straat. Het is de nagel op de kop. We hebben meer ‘tussentinten’ nodig in onze gesprekken. Misschien nog een laatste tip. Sla niet te hard op die nagel. Want van die kloppers, daar hebben we er genoeg van.
Ondertussen verblijf ik
Met de meeste hoogachting
Désiré Dinges