Voor de jaarlijkse thematentoonstelling tijdens de
opendeurdagen van MKOK koos het
Koninklijk Museum Kamp van Beverlo voor een uitzonderlijk en weinig gekend onderwerp.
Het aspect “detineren” is even oud als de geschiedenis van dit unieke kamp en start vanaf de oprichting in 1835. De eerste georganiseerde vorm van detentie is deze van de Tuchtcompagnie die in 1838 naar het kamp werd gebracht om als goedkope arbeidskrachten ingezet te worden bij het inrichten en aanplanten van de vegetatie. Deze eenheid was de enige die later in een ommuurd kwartier werd ondergebracht onder een vorm van opsluiting.
De Tuchtcompagnie is beter gekend onder de naam “compagnie sans floche”, een populaire benaming van na de Eerste Wereldoorlog.
Tijdens het Frans-Duits conflict in 1870-1871 overschreden de Fransen massaal de Belgische grens. België bleef neutraal en was geen betrokken partij. De Franse militairen werden gedetineerd (het waren dus geen krijgsgevangenen) en over gans België opgesloten. Het kamp van Beverlo ontving ongeveer 5,000 Fransen waarvan er 16 in het Militair Hospitaal overleden. In 1871 werden de Fransen, hun paarden en materieel gerepatrieerd.
De Duitsers brachten tijdens de Eerste Wereldoorlog een groot aantal Russische krijgsgevangenen naar het kamp van Beverlo. Ze werden opgesloten in grote Mess G42 en ingezet als arbeidskrachten.
WOII
De start van de Tweede Wereldoorlog bracht opnieuw krijgsgevangenen naar het kamp. Het kamp werd ingezet voor Belgische, geallieerde en tenslotte voor Duitse krijgsgevangenen.
Ook tijdens dit conflict krijgt een deel van het kamp de functie van detentiekamp voor politieke en andere gevangenen. Een vorm van “kamp in een kamp”.
Na de Bevrijding besliste het Ministerie van Justitie in samenspraak met Landsverdediging om een deel van het kamp in te richten als interneringscentrum voor de gevangengenomen leden van de Vlaamse en Waalse Waffen-SS-eenheden die na de capitulatie in Duitsland opgesloten zaten. Het Interneringscentrum Beverlo (ICB) functioneerde van 1945 tot 1950 en herbergde in doorsnee rond de 3,000 veroordeelde “incivieken”.
Tenslotte was er ook een militaire gevangenis van het auditoraat. Deze gevangenis werd in 1857 gebouwd in het kamp. De originele naam was de “Greindl-gevangenis” (genoemd naar de generaal Greindl, Minister van Oorlog). Bij de bouw was er een zekere gelijkenis met de vesting “Malakoff” in Sewastopol (Krim-schiereiland) en de arbeiders doopten hun bouwwerk om tot de “Malakoff-gevangenis”, een naam die tot op vandaag is blijven bestaan. In Leopoldsburg bestaat nog een Malakofflaan. Ze loopt rond de grondvesten van de afgebroken gevangenis.
Expo
Voor de tentoonstelling werden een aantal maquettes gebouwd van markante gebouwen die gediend hebben voor de opsluiting van (krijgs-)gevangenen in het kamp van Beverlo. Het kroonstuk is de maquette van de Malakoff-gevangenis. De gebruikte schaal is 1:35.
Voor deze unieke tentoonstelling werd beroep gedaan op de expertise van Patrick Cannaerts om de geschiedenis van de politiek en krijgsgevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog te belichten.
De tentoonstelling biedt een unieke kijk op de militaire detentie van 1835 tot 1950.
De tentoonstelling staat opgesteld in de Oscar-kapel van het MKOK in het vroegere Ruiterijkamp en loopt op 5 en 6 september. Daarna zal deze thematentoonstelling permanent te bezichtigen zijn in het Koninklijk Museum Kamp van Beverlo langs de Hechtelsesteenweg.