Onder het motto 'ook als het niet regent kan je schuilen' stap ik met mijn krant een Antwerpse bruine kroeg binnen. Mijn vrouw en het gezelschap vergapen zich aan de vele uitstalramen.
Terwijl ik aan de toog een artikel uit de vuistdikke weekendkrant lees, komt er een struise man in een donkerblauw kostuum het café binnen. Hij mankt een beetje en heeft moeite om op de kruk te klauteren. Hij bestelt net als ik een koffie. Ik haal mijn beste sociale zelf naar boven, vouw de krant dicht en leg die voor mij op de toog. De man kijkt naar de krant en wijst ernaar. Hij zegt niets maar zijn mimiek is duidelijk. Of hij die mag lezen. “Het is niet de krant van het café”, zeg ik. “Wel die van mij, maar je die mag best lezen’.
Hij slaat de krant open en neemt zijn tijd voor het eerste artikel uit de weekendbijlage.
Daar zit ik. De cafébaas heeft zijn stem nog thuis liggen. Er zijn geen andere klanten en mijn buurman leest mijn krant. Op zijn dode gemak. Een stroom aan onrustwekkende gedachten stapelen zich op.
Ik kan hem die krant toch niet terugvragen? Wat als mijn vrouw en het gezelschap naar mij op zoek gaan? Hij is toch maar onbeleefd. Geen woord werd gezegd. Kijk, nu maakt hij zijn vinger zelfs nat om de pagina om te slaan. Ondertussen is er een half uur gepasseerd. Ik zit al aan mijn derde koffie.
Terwijl ik hem ietwat stuurs aankijk, verorbert hij nog een artikel. Drie kwartier al. Wat een asociaal geval. Wat kan ik doen?
Plots slaat hij de verlossende pagina om. “Leuke krant”, zegt hij. “Er staat veel in. Dank je wel om ze even te mogen lezen. Patron, mag ik een pintje?”
Vriendelijke man, dat wel.
Rudi Lavreysen / Dirk Van Bun
Met Verbeeldingen combineren Rudi Lavreysen (300 woorden) en Dirk Van Bun (Molleke) hun artistieke kunnen.