Tijdens de gemeenteraad stelde oppositieraadslid
Rina Alen (N-VA) kritische vragen over
de toekomst van de sociale huisvesting in Lommel. Aanleiding is het nieuwe bindend sociaal objectief van de Vlaamse overheid, dat bepaalt hoeveel bijkomende sociale huurwoningen elke gemeente moet realiseren.
Voor Lommel betekent dat concreet dat er tegen 2042 in totaal 179 extra sociale huurwoningen moeten bijkomen. Daarnaast werd ook een tussentijds groeipad vastgelegd: tegen 2030 moeten al 41 bijkomende sociale woningen gerealiseerd zijn. In 2028 volgt bovendien een eerste evaluatie door Vlaanderen. Gemeenten die dan onvoldoende vooruitgang boeken, riskeren financiële sancties.
Volgens Rina Alen bevat het huidige meerjarenplan van de stad vooral algemene intenties, maar weinig concrete engagementen. Ze vroeg zich daarom af hoe het stadsbestuur de doelstellingen effectief wil halen, welke projecten momenteel al op tafel liggen en hoe men wil vermijden dat Lommel achterop raakt.
Schepen Joris Mertens antwoordde dat de stad hiervoor nauw samenwerkt met Wonen in Limburg (WIL), de eengemaakte Limburgse woonmaatschappij die sinds de hervorming van de sociale huisvestingssector actief is. Volgens hem beschikt WIL over de budgetten voor de realisatie van sociale huurwoningen, waardoor die investeringen niet rechtstreeks terug te vinden zijn in de stedelijke meerjarenplanning.
Mertens benadrukte dat Lommel vanuit een gunstige positie vertrekt, omdat het vorige bindend sociaal objectief voor de periode 2007-2025 gehaald werd. Daardoor moet de stad geen achterstand inhalen.
De schepen lichtte vervolgens drie concrete projecten toe die samen ongeveer 37 à 38 sociale woningen moeten opleveren. In Kerkhoven zijn momenteel al zes woningen in aanbouw. Daarnaast staat het project Fabriekstraat-Vaartstraat bijna klaar voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. Daar zouden veertien sociale woongelegenheden komen. Volgens Mertens verliep het voortraject positief en verwacht men de vergunning nog dit jaar.
Een derde project bevindt zich aan Donkerstraat-Molsekiezel, waar een twintigtal sociale woningen gepland zijn. Dat dossier moest eerder opnieuw opgestart worden na gewijzigde regelgeving rond hemelwater. Ondertussen loopt het voortraject opnieuw en werkt een aangesteld studiebureau aan de verdere uitwerking.
Daarnaast verwees Mertens ook nog naar de site Meisterbergen, op de gronden van De Bekelaar, waar nog eens twaalf beschutte woongelegenheden voorzien zijn. Daarmee zou Lommel volgens hem ruimschoots aan de vereiste 41 woningen tegen 2030 kunnen komen.
De stad wil daarnaast bijkomende instrumenten inzetten om ook op langere termijn extra sociale woningen mogelijk te maken. Zo wordt bekeken welke gronden in eigendom van de stad nog inzetbaar zijn voor woonprojecten. Verder verwees de schepen naar nieuwe procedures waarbij woonmaatschappijen bestaande woningen kunnen aankopen of projecten van private ontwikkelaars kunnen overnemen. Ook het systeem van voorkooprecht en het zogenaamde “budgethuren” moeten bijkomende mogelijkheden bieden.
Op de vraag of het stadsbestuur bereid is meer compacte en betaalbare woonvormen toe te laten, antwoordde Mertens bevestigend. Volgens hem bestaat een groot deel van de wachtlijst uit alleenstaanden, waardoor kleinere woonunits beter aansluiten bij de actuele woonbehoeften. Bij toekomstige projecten zal daar volgens hem expliciet rekening mee gehouden worden.
Rina Alen merkte nog op dat de aangekondigde projecten voorlopig niet terug te vinden zijn op de website van Wonen in Limburg. De schepen antwoordde daarop dat de projecten wel degelijk deel uitmaken van de samenwerkingsovereenkomst die de stad en WIL later dit jaar willen ondertekenen. Volgens Mertens is hij ervan overtuigd dat de geplande projecten nog binnen deze legislatuur gerealiseerd kunnen worden.
Marc Faes