Voor de kortgedingrechter van Antwerpen stond een hoogbejaard echtpaar (90 en 93 jaar) tegenover haar bankinstelling. De man van het echtpaar was gecontacteerd door een persoon die zich uitgaf als medewerker van de bank. Wat er precies was gezegd over en weer, bleef onduidelijk, maar vast staat dat diezelfde dag 50.000 euro verdween van de rekening van het echtpaar via twee overschrijvingen naar een onbekende rekening in Portugal. Het echtpaar nam contact op met de fraudelijn en diende klacht in bij de politie.
Via een advocaat eisten zij vergeefs terugbetaling van hun bank. Voor de rechter opperde de bank dat de overschrijvingen technisch correct en met alle beveiligingstappen waren uitgevoerd. Of dat allemaal zo is, zo stelde de rechtbank, vergt een moeilijk omvangrijk juridisch én technisch onderzoek. Dit terwijl de wet een bank oplegt om al na één dag het verdwenen geld terug te storten.
De klanten zijn toch grof nalatig geweest, kaatste de bank de bal terug. Als dat al zo zou zijn, vond de rechtbank, moet de bank een afzonderlijk proces starten tegen haar klant om na te gaan of er effectief sprake is van een grove fout. Maar ondertussen moet de bank het verdwenen geld onmiddellijk terugbetalen. Wat de banken in de praktijk overigens zelden of nooit doen, merkte de rechter fijntjes op.
De rechter achtte de zaak hoogdringend, ook omdat het echtpaar door de financiële aderlating onvoldoende middelen had voor huisvesting en verzorging en veroordeelde de bank tot 50.000 euro plus intresten en 4.350 euro aan gerechtskosten.
Eerder verschenen op Internetgazet:
Jan Bouly, advocaat