De afvalfactuur voor Peerse gezinnen is sinds 1 januari 2026 fors gestegen. Huisvuilzakken werden duurder, grofvuil kost meer, de jaarlijkse vaste afvalfactuur ging omhoog en tegelijk krijgen gezinnen minder ‘gratis’ huisvuilzakken via Limburg.net. “De Perenaar betaalt meer, maar krijgt minder,” stelt N-VA.
Daarom dienen de raadsleden van N-VA Peer een toegevoegd agendapunt in op de gemeenteraad van maandag 26 januari. Ze vragen het stadsbestuur om een gemeentelijke tussenkomst van 50 euro per huishouden, om de afvalfactuur opnieuw betaalbaar te maken.
“Afvalophaling is een basisdienst,” zegt raadslid en fractieleider
Fran Gysen (N-VA). “Gezinnen voelen deze prijsstijging elke maand in hun portemonnee. Dan kan je als lokaal bestuur niet gewoon zeggen: ‘Dat komt door Limburg.net, wij kunnen er niets aan doen.’ Dat is te gemakkelijk.”
Volgens Gysen verschuift de factuur naar de gezinnen, ook al stelt het bestuur dat de belastingen niet stijgen. “Voor de Perenaar maakt het niet uit hoe je dat noemt. Hun leven wordt gewoon duurder.”
Financiële ruimte bij Stad Peer
N-VA wijst erop dat Stad Peer volgens het meerjarenplan 2026–2031 financieel gezond is, met een positieve autofinancieringsmarge en zonder nieuwe schulden. “Er is dus ruimte om de Perenaren te beschermen tegen deze stijgende afvalfactuur,” aldus Gysen. “Andere Limburgse gemeenten gaven al het goede voorbeeld. Het is een politieke keuze: investeer je in prestigeprojecten of in de koopkracht van je inwoners?”
Concreet voorstel
N-VA Peer vraagt het schepencollege om:
- een flankerende maatregel uit te werken om de afvalfactuur betaalbaar te houden;
- een gemeentelijke tussenkomst van 50 euro per huishouden te voorzien;
- dit budgettair te toetsen en uiterlijk tegen 1 juli 2026 met een concreet voorstel naar de gemeenteraad te komen.
“Dit is gewoon gezond verstand,” besluit Gysen. “Als stad die financieel sterk staat, heb je de plicht om je inwoners te helpen wanneer basisdiensten duurder worden. Als het van ons afhangt, krijgt elk Peers gezin 50 euro tussenkomst in de afvalfactuur.”