De fusie tot politiezone Noord-Limburg mag er niet toe leiden dat de afstand tussen de politie en de inwoners groter wordt. Dat was de
centrale boodschap van burgemeester Dennis Fransen en waarnemend korpschef Marijke Martens bij de officiële opening van het nieuwe wijkkantoor in Pelt. Integendeel: de nieuwe politieorganisatie moet
sterker worden, zonder haar lokale verankering te verliezen.
Voor burgemeester Dennis Fransen was het behoud van een sterke wijkwerking een absolute voorwaarde om in te stemmen met de politiefusie.
Een grotere politiezone biedt volgens hem heel wat voordelen. Mensen en middelen kunnen efficiënter worden ingezet, gespecialiseerde kennis kan worden gebundeld en de politie kan beter inspelen op de steeds complexere veiligheidsuitdagingen.
Maar daar staat volgens hem een duidelijke verplichting tegenover: de politie moet herkenbaar, bereikbaar en aanspreekbaar blijven.
Daarom werd bij de voorbereiding van de fusie afgesproken dat iedere gemeente binnen de nieuwe politiezone over een goed uitgerust en toegankelijk wijkkantoor moet beschikken.
Een wijkagent die zijn buurt kent
Fransen benadrukte dat een wijkinspecteur veel meer is dan iemand die vaststellingen doet of administratieve opdrachten uitvoert.
Een goede wijkinspecteur kent zijn buurt en wordt zelf ook door de inwoners gekend. Hij of zij weet wat er leeft, vangt signalen op voordat problemen escaleren en bouwt vertrouwen op bij inwoners, verenigingen, scholen en handelaars.
De burgemeester verwees daarbij naar de ontvangst van nieuwe inwoners in Pelt. Die gebeurt per kerkdorp, waarbij telkens ook de betrokken wijkinspecteur aanwezig is.
Het lijkt misschien een klein gebaar, maar volgens Fransen wordt die persoonlijke kennismaking door de inwoners bijzonder gewaardeerd.
Pelt beschikt bovendien over een eigen schoolinspecteur, Mich, die bijzondere aandacht besteedt aan de scholen en hun omgeving. Het gaat om een bewuste lokale keuze waarvoor destijds binnen de wijkwerking een functie werd vrijgemaakt.
Volgens Fransen illustreert dat hoe de nieuwe politiezone moet functioneren: één sterke gezamenlijke organisatie, maar met voldoende ruimte om in te spelen op de specifieke noden van elke gemeente.
Niet achter het bureau blijven zitten
De burgemeester had bij de opening ook een waarschuwing voor de wijkinspecteurs. Het nieuwe kantoor ziet er bijzonder comfortabel uit, maar het mag niet de bedoeling zijn dat de medewerkers voortaan vooral achter hun bureau blijven zitten.
De wijkpolitie moet zichtbaar zijn op straat, aan de schoolpoort, te voet of op de fiets, tussen de mensen.
Het gebouw moet die werking ondersteunen, als uitvalsbasis, ontmoetingsplek en plaats waar politiemedewerkers efficiënt kunnen samenwerken.
Ook waarnemend korpschef Marijke Martens onderstreepte dat belang.
Wanneer iemand zegt dat hij iets aan zijn wijkagent zal vragen, betekent dat volgens haar dat er een vertrouwensband bestaat. Die inwoner weet bij wie hij terechtkan en durft de politie aan te spreken, ook wanneer het om een kleine bezorgdheid gaat.
Precies dat contact wil de politiezone blijven stimuleren.
Zes vaste uitvalsbasissen
De nieuwe politiezone werkt toe naar zes vaste uitvalsbasissen, één in elke gemeente.
Hamont-Achel beschikt al over een nieuw wijkkantoor en nu is ook Pelt aan de beurt geweest. In Peer is al een goed uitgerust wijkkantoor aanwezig.
Voor Leopoldsburg wordt gewerkt aan de inrichting van een voormalig KBC-kantoor op het Marktplein. Volgens Martens is het de bedoeling om daar in januari met de verbouwingswerken te beginnen.
Ook voor Hechtel-Eksel wordt gezocht naar een geschikte oplossing. In Lommel krijgt de wijkwerking een plaats in het toekomstige hoofdgebouw op de veiligheidscampus aan de Norbert Neeckxlaan.
Wanneer dat nieuwe hoofdgebouw klaar is, zullen de vroegere hoofdcommissariaten sluiten. Daarom vindt Martens het belangrijk om nu al herkenbare lokale politiepunten uit te bouwen.
Samenwerken aan veiligheid
In Pelt maakt de wijkwerking ook deel uit van een ruimer veiligheidsbeleid. De gemeente wil de samenwerking tussen de gemeentelijke diensten, politie, parket en andere partners verder versterken.
De bedoeling is problemen sneller te detecteren, informatie beter uit te wisselen en gerichter op te treden.
Wijkinspecteurs spelen daarin een essentiële rol, omdat zij vaak als eersten opmerken wat er in een buurt leeft.
Ook Martens wees op het belang van samenwerking. Een wijkinspecteur hoeft niet ieder probleem zelf op te lossen, maar kan door zijn kennis van de buurt wel helpen om de juiste diensten en mensen samen te brengen.
Aandacht voor de werkdruk
De waarnemend korpschef stond ook stil bij de uitdagingen voor haar medewerkers.
Ze erkende dat de wijkinspecteurs sinds de fusie heel wat werk op hun bord krijgen, waaronder taken die niet rechtstreeks tot de klassieke wijkwerking behoren.
Martens sprak haar waardering uit voor de bereidheid van de medewerkers om verantwoordelijkheid op te nemen voor de volledige politieorganisatie. Tegelijk benadrukte ze dat de leiding van de politiezone zorgvuldig moet omgaan met de werkdruk, de prioriteiten en de beschikbare mensen en middelen.
Ze wil de wijkwerking verder uitbouwen in overleg met de medewerkers zelf, waarbij ook hun ervaringen, ideeën en kritische opmerkingen welkom zijn.
Vertrouwen als basis
Uiteindelijk zal het succes van de politiefusie volgens burgemeester Fransen niet alleen worden afgemeten aan de nieuwe organisatiestructuur, de gezamenlijke middelen of het toekomstige hoofdgebouw.
Veel belangrijker is wat de inwoners dagelijks van hun politie ervaren: wijkagenten die ze kennen en durven aanspreken, politiemensen die aanwezig zijn wanneer dat nodig is en problemen die daadwerkelijk worden aangepakt.
Het nieuwe wijkkantoor in Pelt moet daaraan bijdragen. Niet als doel op zich, maar als een nieuwe thuisbasis voor politiemensen die vooral buiten, tussen de inwoners, hun werk moeten doen.
Morgen: Zo ziet het nieuwe wijkkantoor er vanbinnen uit
(Foto's Jens Veraa)