In Woonzorgcentrum Sint-Jozef loopt momenteel een bijzondere tentoonstelling van Ina Herps. Haar werk laat niemand onverschillig: het schuurt, raakt en zet aan tot kijken — en vooral tot voelen.
Voor Ina begon kunst al vroeg. “Als kind was ik altijd aan het tekenen. Kleurplaten, wedstrijden… en af en toe won ik zelfs iets,” lacht ze. Die creatieve lijn trok ze door in haar studies. Eerst volgde ze interieurstyling, daarna studeerde ze aan de HKU in Utrecht, waar ze scenografie deed. “Daar leer je hoe je een kijker vasthoudt.
Meer foto'sWat maakt iets boeiend op scène?” Vervolgens volgde nog zeven jaar schilderkunst aan de kunstacademie. “Ik ben er eigenlijk altijd mee bezig geweest.”
De mens, maar niet de perfecte
Wat nu in Sint-Jozef hangt, is heel representatief voor haar werk. “Ik schilder graag mensen. Maar niet de perfecte Instagramgezichten. Ik zoek meer de rauwere kant, littekens, sporen van het leven. Dat klinkt zwaar, maar ik vind dat net interessant.”
Die insteek komt deels uit haar achtergrond in scenografie. “Hele mooie dingen zijn vaak saai om naar te kijken. Er moet iets wringen, iets onverwachts. De ‘lelijke’ of ongemakkelijke kant houdt de kijker langer vast.”
Dat haar werk iets losmaakt, bleek al. Over één schilderij zei een vrouw zelfs dat ze er “een duivel” in zag. Ina glimlacht: “Ik vond dat eigenlijk mooi. Dat iemand zoiets voelt en het ook uitspreekt. Dan doet het werk wat het moet doen. Of het nu afkeer, verdriet of verwarring is — als er iets gebeurt bij de kijker, is mijn doel bereikt.”
Gelaagd werken
Ina werkt vaak over bestaande schilderijen heen. “Ik schilder niet alles wit om opnieuw te beginnen. Ik laat de oude lagen meespelen. Dat geeft toevalligheden waar ik mee verder kan.” In sommige werken zitten letterlijk eerdere gezichten verstopt onder de verf.
Of een werk ooit ‘af’ is? “Niet per se. Een schilderij kan altijd een vervolg krijgen. Soms ontdek je dingen die je nooit vooraf had bedacht. Dat vind ik net boeiend.”
Ze werkt meestal snel en los. “Met grote borstels, grof opgezet. Dat is mijn stijl. Met een klein penseel heel precies werken kan prachtig zijn, maar dat past minder bij mij.”
Olieverf en experiment
Haar favoriete materiaal is olieverf. “Acryl vind ik te stroef. Olie laat zich mooi mengen en geeft meer vrijheid.” Maar ze beperkt zich niet tot doeken. Zo beschilderde ze al een oude stoel, een golfplaat met licht erachter en experimenteert ze met textiel en handwerk. “Ik probeer soms los te komen van het platte doek. Dat driedimensionale, dat heeft ook met mijn theaterachtergrond te maken.”
In het dagelijks leven werkt Ina als naaister en patroonmaakster. “Dat handwerk sluipt ook in mijn kunst. Je moet weten hoe iets technisch in elkaar zit om de mogelijkheden te zien.”
Vrijer geworden
Als ze haar huidige werk vergelijkt met dat van tien jaar geleden, ziet ze vooral meer vrijheid. “Ik ben losser geworden. In het begin volgde ik meer regels. Nu durf ik af te wijken.”
Belangrijk vindt ze dat de kijker niet noodzakelijk ziet wat zij ziet. “Sommige werken zijn duidelijk, andere kun je op veel manieren lezen. Dat hoeft niet mijn visie te zijn.”
Verkopen? Ja, maar…
Ze verkocht al eens werk, maar voelt zich niet echt een zakenvrouw. “Als iemand echt interesse heeft, mag het weg. Maar prijzen vragen vind ik heel moeilijk. Ik wil niemand het gevoel geven dat ik geld afpak. Dat is mijn zwakke plek.”
Toch is ze blij met de reacties. “Er zijn mensen die er echt door geraakt worden. Dat doet deugd.”
De tentoonstelling in Woonzorgcentrum Sint-Jozef loopt nog enkele maanden. Wie de werken bekijkt, zal merken: dit is geen kunst die zomaar passeert. Ze blijft hangen — soms ongemakkelijk, maar altijd menselijk.
Marc Faes