Een bijzondere ontmoeting voor
Jos Keppens tijdens een wandeling in het Hobos. Hij "botste" er – gelukkig alleen figuurlijk – op enkele
jonge everzwijnen die zich tussen het groen ophielden. Gezien de aanhoudende droogte en warmte waren de dieren wellicht op zoek naar een plek waar nog wat water of modder te vinden was om af te koelen.
Jonge everzwijnen, ook wel frislingen genoemd, zijn gemakkelijk te herkennen aan hun opvallende lichtbruine lengtestrepen. Die camouflage helpt hen om zich onopvallend te verschuilen in het bos. Ze leven samen met hun moeder en eventuele oudere jongen in een familiegroep, een zogenaamde rotte. Volwassen mannetjes leven meestal alleen.
Everzwijnen zijn vooral actief tijdens de schemering en 's nachts. Overdag zoeken ze beschutting in dicht struikgewas of koelen ze af in modderpoelen, de zogenaamde zoelen. Bij langdurige droogte trekken ze soms verder dan anders op zoek naar drinkwater, waardoor de kans op een ontmoeting met wandelaars wat groter wordt. Ondanks hun imposante voorkomen zijn everzwijnen doorgaans mensenschuw en kiezen ze liever het hazenpad zodra ze mensen opmerken.