De
kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia) is een opvallende verschijning die vooral herkenbaar is aan de zilverkleurige "spiegels" op de onderzijde van zijn achtervleugels. Op de foto zit het fraaie insect op een vlinderstruik, één van de vele planten waarvan hij nectar haalt.
Deze dagvlinder voelt zich thuis in droge, bloemrijke graslanden, waar de rupsen uitsluitend leven op viooltjessoorten. Die groeien vooral op schrale, zonnige terreinen. Volwassen vlinders bezoeken daarnaast tal van nectarplanten, zoals vlinderstruik, koninginnenkruid, slangenkruid, watermunt en kattenstaart. Voor een gezonde populatie is een afwisseling van droge graslanden en vochtige, bloemrijke gebieden in elkaars nabijheid belangrijk. Ook open plekjes zonder begroeiing zijn onmisbaar om op te warmen in de zon.
Het vrouwtje legt haar eitjes één voor één aan de onderzijde van viooltjesbladeren. De rupsen verpoppen zich in een los spinsel vlak boven de grond. De kleine parelmoervlinder kent doorgaans drie generaties per jaar, waarbij de laatste generatie als rups overwintert op de waardplant.
Dankzij zijn opvallende tekening en elegante vlucht blijft de kleine parelmoervlinder één van de mooiste dagvlinders die in onze streek te bewonderen is. (Foto Frido Van Hertum)