Je ziet hier een meikever in startpositie, zo laat
Frido Van Hertum ons weten. Dit exemplaar is een mannetje, wat je kan herkennen aan de sprieten: die hebben zeven lamellen. Bij vrouwtjes zijn dat er slechts zes.
De twee bruine, harde voorvleugels – ook wel dekschilden of elytra genoemd – hebben een belangrijke beschermende functie. Ze bedekken het achterlijf en de kwetsbare, vliezige achtervleugels die er netjes onder opgevouwen zitten.
Wanneer de meikever wil opstijgen, klappen deze dekschilden opzij. Ze bewegen zelf niet actief mee tijdens het vliegen: het zijn de achtervleugels die voor de eigenlijke vleugelslag zorgen en de kever in de lucht houden.