Palmzondag is in de christelijke traditie een bijzonder moment: het is de laatste zondag van de vastenperiode en tegelijk
het begin van de Goede Week, de week waarin gelovigen toeleven naar Pasen.
Deze dag herdenkt de intocht van Jezus Christus in Jeruzalem. Volgens het evangelie werd hij daar feestelijk onthaald door de bevolking, die hem begroette met
palmtakken en hun mantels op de weg legde. Het was een teken van
eer en hoop: men zag in hem een koning en bevrijder.
De palm speelt op Palmzondag een centrale symbolische rol. In de oudheid stond de palm voor overwinning, vreugde en vrede. Door met palmtakken te zwaaien, gaven de mensen uitdrukking aan hun verwachting dat Jezus een nieuwe, betere tijd zou brengen.
In onze streken zijn echte palmtakken niet altijd beschikbaar. Daarom worden vaak buxustakjes of andere groene takken gebruikt. Die worden tijdens de viering in de kerk gewijd en nadien mee naar huis genomen. Veel mensen bewaren zo’n gewijd takje achter een kruisbeeld of in huis, als teken van bescherming en verbondenheid met het geloof. Voor wie nog een palmtakje wil, in de Sint-Martinuskerk in Overpelt liggen er nog in een mand.