Mannen in kloosterordes leven
gemiddeld vijf jaar langer dan mannen buiten het klooster. Het kloosterleven lijkt een aantal risico's te verminderen die de levensduur verkorten. Dergelijke gemeenschappen bieden een geordende dagelijkse routine, met vaste momenten voor werk, eten en gebed. Ook langdurige relaties en een gedeeld levensdoel dragen bij aan gunstige omstandigheden voor zowel het mentale als fysieke welzijn.
Bovendien zorgen mensen binnen een kloostergemeenschap goed voor elkaar, waardoor fysieke of mentale achteruitgang doorgaans sneller wordt opgemerkt. Ook chronische stress wordt er verminderd en gebed kan bijdragen aan emotionele stabiliteit. (Otheo)