Het aandeel werkenden dat minstens af en toe thuiswerkt bedraagt in het Vlaams Gewest op 41,4%. Vrouwen werken iets vaker thuis dan mannen.
In 2025 lag het aandeel werkenden dat minstens af en toe thuiswerkt in het Vlaamse Gewest (41,4%) hoger dan in het Waalse Gewest (33,1%), maar lager dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (48,4%). In de EU27 lag het aandeel met thuiswerk gemiddeld op 23,3%, veel lager dan in het Vlaamse Gewest. De verschillen tussen de EU-landen zijn zeer groot. Nederland (56,1%) kende het hoogste aandeel en Roemenië (3,6%) het laagste aandeel.