Als u naar een voetbalmatch gaat kijken en u gooit plotseling een tweede bal op het plein, dan hebt u het spel niet goed begrepen. Als u probeert om de zwarte strepen van een zebra uit te gommen, dan ontgaat er u iets. Als u in de helft van de zomer uw met ballen en slingers getooide kerstboom in de woonkamer installeert en weer afbreekt op paasmaandag het jaar erop, dan heeft u iets niet goed in de gaten. Als u gaat polsstokspringen met een breinaald, dan vat u het niet. Als u uw gras afrijdt met een rollator, dan heeft u ergens iets gemist. Als u naar de tandarts gaat en u weigert uw mond te openen, dan verstaat u het niet. Als u in de natuur gaat wandelen en u neemt een luidspreker met muziek mee, dan snapt u er niks van!
Hoe raar ook, het gebeurt. Een familie van grootouders, ouders en al ver opgeschoten kinderen wandelt voor ons uit het bos in. De oudjes van achter en de jonkies van voor, met een geluidsbox om de hals, zodat iedereen kan meegenieten van Nena’s ‘99 Luftballon’. Hoe zouden ze toch prikkelloos een boswandeling kunnen uitdoen? Een van de jeugdigen heeft ook nog een eigen hoofdtelefoon rond zijn nek hangen, zodat hij snel kan schakelen indien nodig. Wij schakelen ook een versnelling hoger om ze langs links en rechts en alle kanten in te halen.
Nee, ik erger mij niet want ik ben in Duitsland en hier zeggen ze: “nicht ärgern, nur wundern”. Ik ben dus helemaal zen, maar ik verwonder me wel bijzonder! Hoe kan je nu niet doorhebben dat je net naar hier komt om weg te zijn van alle prikkels en je over te geven aan de prikkeling van de natuur? En waarom ontneem je ons dat geluk met zo’n saaie, grijsgedraaide wereldhit van weleer, terwijl hier allerlei hoogst originele combinaties van suskewietjes, koekoekjes, tsjilpjes, kwaakjes, kroetjes en misschien wel poelifinario’s te horen zijn.
Een paar weken geleden droomde ik er hier luidop van om een tjiftjaf te worden. Nu zou ik er echt eentje willen zijn, één met een missie. Ik word de tjiftjaf-chef, die het opneemt voor al zijn gevederde vliegende vrienden, maar ook alle kruipende en lopende beestjes en al het gebladerte en wij willen geen radio’s in het bos.
Vanuit mijn vaste plek boven in de boom brul ik luid “Tjif!!” en nog eens “Tjif!” en dan gooi ik er nog een oorverdovende “Tjaf!” bovenop. Daar kan Nena niet tegenop en van het verschieten valt ze met box en alles op de grond. Dan kom ik uit mijn groene schuilplaats, vlieg rakelings over het gezelschap heen als een grijze bliksemschicht en laat een wolkje van witte excrementen met de precisie van een Oekraïense drone op de knopjes van de speaker neerdalen, waardoor Nena blijft haken in: “Neun, neun, neun, neunund… neun… …neunund ……. nein” en het uiteindelijk voorgoed opgeeft.
Snapt u het nu?
Jan Verheyen