Bijna 6 op 10 inwoners van het Vlaamse Gewest van 18 jaar en ouder gaven in het najaar van 2025 aan actief lid te zijn van minstens 1 vereniging (55 procent). Het gaat om personen die lid zijn van een vereniging en minstens af en toe deelnemen aan de activiteiten van die vereniging.
In 2025 was 36 procent actief lid van 1 soort vereniging, 14 procent van 2 soorten verenigingen en 6 procent van 3 of meer soorten verenigingen.
Sportverenigingen zijn het meest populair: 3 op de 10 inwoners waren in 2025 actief lid van een sportvereniging (32 procent). Daarna volgen hobbyverenigingen (7 procent), socio-culturele verenigingen (7 procent en kunst-, toneel- of muziekverenigingen (5 procent).
Hooggeschoolden zijn veel vaker actief lid van een vereniging dan midden- en laaggeschoolden. In 2025 was 64 procent van de hooggeschoolden en 42 procent van de laaggeschoolden actief lid.