In het schooljaar 2023-2024 verliet volgens de administratieve gegevens van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 12,2% van de leerlingen het secundair onderwijs zonder voldoende kwalificaties. Het gaat om schoolverlaters zonder kwalificatie met een beroepsfinaliteit of zonder een kwalificatie met een finaliteit van doorstroom naar het hoger onderwijs. 14,7% van de jongens verliet in 2023-2024 vroegtijdig de schoolbanken tegenover 9,5% van de meisjes.
In het schooljaar 2023-2024 verliet in het algemeen secundair onderwijs (aso) 2,8% van de leerlingen vroegtijdig de schoolbanken, in het technisch secundair onderwijs (tso) 8,6%. In het kunstsecundair onderwijs (kso) en het beroepssecundair onderwijs (bso) ging het om respectievelijk 11,1% en 25,7%. In het deeltijds beroepssecundair onderwijs (dbso) verliet 38,0% van de jongeren het onderwijs vroegtijdig.
Bij jongeren die thuis met geen enkel gezinslid Nederlands spreken, lag de kans op vroegtijdig schoolverlaten in 2023-2024 meer dan 3 keer hoger dan bij jongeren die thuis uitsluitend Nederlands spreken (respectievelijk 24,7% en 7,0%).
De verschillen naargelang het opleidingsniveau van de moeder zijn ook zeer groot. Bij jongeren waarvan de moeder een diploma hoger onderwijs heeft, verliet 4,8% vroegtijdig de schoolbanken. Bij jongeren waarvan de moeder het lager onderwijs niet heeft afgewerkt, liep dat op tot 32,1%.