“Ik heb de ziekte van het vergeten”, zegt een mevrouw op tv. Wat heeft ze dat mooi gezegd. Al is er natuurlijk niets moois aan.
Het is ook de ziekte van het verdoezelen. Zo lag er bij moeder eens een uitnodiging voor een bruiloft van onbekende mensen in het mandje van haar rollator. We hadden totaal geen idee wie de mensen waren. Hoe had ze die uitnodiging in haar rollator gekregen? “Ge moet precies nog naar een feest ma”, zei ik. “Is het echt?”, lachte ze. “Dan moet ik voor een nieuw kleed gaan.”
Ze bleef ook in het woonzorgcentrum aan de zwengel van de draaiorgel van het leven draaien. We draaiden mee. Wat moet je anders? Lachen, dat moet een mens.
De zoon van de mevrouw op tv wijst naar buiten. “Ge kijkt op een mooie boom”, zegt hij. Ik zie haar denken. “Waar zijn die andere bomen naartoe?” De bomen van hun tuin. Of de bomen in hun straat. Die heeft ze net als haar kinderen groot zien worden. Hoe ben ik hier terecht gekomen, lees ik van haar gezicht.
Achteraan in onze tuin stond een treurwilg. Soms lijkt het of de boom zijn plaats kiest, in plaats van de persoon die hem daar heeft gezet. Toch was het geen treurig geval. Vader had er een bankje onder gezet. Zelf gemaakt. Het bankje was niet groot, maar we pasten er met zijn vieren op toen we klein waren. Ik herinner me een foto waarop ik aan het schaterlachen ben, op dat bankje. Met mijn broer en twee nichten. Geen idee waar het toen over ging, maar lachen deed ik.
De mevrouw op tv zit ondertussen in haar zetel. De ene boom is de andere niet. Ze hebben andere stammen en er hangen andere bladeren aan. Andere herinneringen.
Rudi Lavreysen