80 jaar geleden verstomde op de slagvelden alle kanongebulder van WO II. Vijf jaar eerder was dat in België losgebarsten. De tiende mei 1940 had Kaulillenaar Henri Vanbussel dat als soldaat vanop de eerste rij meegemaakt. Zijn heftige vuurdoop aan de brug van Eisden/Vucht had hij overleefd. Van de 10-de op de 11-de mei plooiden ook de Eerste Jagers te Paard zich terug achter het Albertkanaal, eerst tot in Kortessem, later tot in Diest. Daarmee werd het gebied tussen de Zuid-Willemsvaart en het Albertkanaal aan de vijand gelaten.
In en rond Kortessem werden de Jagers ingeschakeld in een nieuw te vormen verdedigingslijn. Van Kerniel tot Vliermaalroot moesten ze een onder water gezet gebied vol prikkeldraadversperring bewaken. Met zich terugtrekkende troepen, met soldaten die in tegenovergestelde richting naar een verdedigingslinie trokken, met de vluchtelingen, de oprukkende vijand, de laag overvliegende en bombarderende vliegtuigen,… heerste in Kortessem die elfde de oorlogschaos.
En toch lijkt het dat die (militaire) situatie en het niet geringe gekletter in de ‘Bretelle de Cortessem‘ bij Henri Vanbussel minder zijn blijven hangen dan wat hij in Eisden meemaakte. Niet meer dan drie en halve regels besteedt hij aan die elfde mei in en om het Haspengouwse dorp: “ Toen we (...) in Kortessem waren, werd onze kolonne door Duitse vliegtuigen beschoten. Karel Van Gerven uit Overpelt verloor daarbij het leven. (…) “
Dat laatste was zo gegaan: omstreeks 11 uur die zaterdagvoormiddag van 11 mei trok een kolonne voertuigen van de 1 JP door Kortessem. Plots werd die door laag vliegende Duitse vliegtuigen aangevallen. Allen zochten dekking, ook Karel Vangerven en zijn begeleider Henri Verdonck. Beiden lieten hun motor met sidecar voor wat hij was en schuilden tegen een voorgevel van een huis. Maar net daar viel een bom, op het voetpad tussen de motor en de beide ongelukkigen. Hulp kon niet meer baten. In de oorlogschaos vonden de medesoldaten niet de tijd om hun makkers te begraven. Burgers van Kortessem deden dat voor hen.
Allicht moet dit voorval Henri Vanbussel hebben aangegrepen. Uiteindelijk waren beide slachtoffers, net als hij, ingedeeld bij het Eerste Eskadron. Maar toch bericht hij er anders over, anders dan over een latere situatie, waarbij weer een soldaat van het Eerste Eskadron 1JP het leven laat.
Uiteraard heeft dat met persoonlijke beleving en individuele gevoelens te maken. En zo moet Henri Vanbussel zijn verhaal gelezen worden: als een ervaringsrelaas. Over heelder dagen en massa’s militaire feiten wordt heen gesprongen.
Dat geldt ook voor wat Henri Vanbussel over de dertiende mei in Diest vertelt. Aan militaire feiten gebeurde die dag in Diest heel wat. Maar Henri filtert daar één situatie uit.
Op het kerkhof van Diest komen hij en zijn strijdmakkers onder zeer zwaar vijandelijk vuur te liggen. Een (volgens Henri stomdronken) reserve-officier beveelt hem, uiteindelijk met getrokken wapen, de onophoudelijke vijandelijke kogelregen met tegenvuur te beantwoorden. Die orders legt Henri, naar eigen zeggen ook met getrokken wapen, naast zich neer.
Dat levert hem uiteindelijk, zo bericht hij, in het stadhuis van Diest een soort ‘krijgsraad’ op. Aanvankelijk verloopt die in het Frans, daarna mag Henri ook zijn versie van de feiten geven: “ Wij lagen op het kerkhof onder zeer zware beschieting. Volgens mij was het daardoor onmogelijk om op het bevel van de dronken officier in te gaan. (…) Een paar weken geleden heb ik mijn vader zaliger naar zijn laatste rustplaats begeleid. Als oudste van het gezin wil ik levend naar mijn moeder en de andere kinderen thuis terugkeren. Vandaar mijn reactie waarvoor ik om uw begrip vraag.“
En dat laatste werd de gewone piot daar in Diest wel gegund: “Mijn luitenant Laurent die ook aanwezig was in het stadhuis , klopte mij op mijn schouder en ik mocht naar mijn kameraden terugkeren. “
Jef Vanbussel