Op 1 januari 2026 telde de Belgische bevolking 11.867.634 inwoners volgens de officiële cijfers van Statbel, het Belgische statistiekbureau. Dat zijn 42.083 inwoners meer dan op 1 januari 2025. Het Belgische bevolkingsaantal groeide met 0,36%. Dat is een eerder beperkte groei, als we vergelijken met voorgaande jaren.
In 2025 waren er meer overlijdens dan geboorten, wat resulteerde in een negatief natuurlijk saldo (-4.890). Hiermee is 2025 het vierde jaar op rij waarin een negatief natuurlijk saldo werd opgetekend. De demografische evoluties van de bevolking, waaronder de vergrijzing, spelen hierin een belangrijke rol. De vergrijzing van de bevolking betekent dat het aandeel ouderen in de bevolking stijgt en zij hebben per definitie een hoger sterfterisico. Tegelijk daalt het aandeel van de jongere cohorten, waardoor het aandeel vrouwen op vruchtbare leeftijd afneemt. In combinatie met het teruglopende totale vruchtbaarheidscijfer resulteert dit in laag blijvend aantal geboorten.
Het internationaal migratiesaldo was gedurende 2025 positief +47.562), wat betekent dat er meer immigranten in België arriveerden dan dat er emigranten vanuit België naar het buitenland vertrokken. Het jaarlijkse internationaal migratiesaldo is in 2025 lager als in de periode 2021-2024, waarin het aantal internationale migratiebewegingen bijzonder hoog lag. Enerzijds werd een inhaalbeweging waargenomen na de COVID-19-pandemie, waarin het aantal internationale migratiebewegingen beperkt was. Daarna volgde een hogere instroom van migranten door de geopolitieke context, waarbij de grootste impact het gevolg was van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.
De bevolkingsgroei in België gedurende 2025 is dus het gevolg van een positief internationaal migratiesaldo, dat het negatief natuurlijk saldo compenseert en daarnaast zorgt voor een bevolkingsgroei van 42.083 inwoners.
Het aandeel 65-plussers is in de afgelopen decennia fors toegenomen: hun aandeel steeg van 16,03%, naar 17,21%,18,30% en 20,67% in respectievelijk 1996, 2006, 2016 en 2026), ofwel een stijging met 4,64 procentpunt tussen 1996 en 2026.
Voor elke 100 personen op actieve leeftijd (20 tot 64 jaar oud) waren er 26,73 senioren (65-plussers) in 1996 en dat aandeel steeg naar 35,94 senioren in 2026. Tegelijk worden de senioren ook steeds ouder. In 1996 was 3,81% van de bevolking 80 jaar of ouder. Dat aandeel steeg naar 4,43% in 2006, naar 5,49% in 2016 en 5,69% in 2026.