In zijn recente boek over de kanalen in onze regio legt
Wim Cuppens uit hoe
Napoleon in het begin van de negentiende eeuw de Rijn, de Maas en de Schelde met elkaar wilde verbinden. Dat zou niet alleen de economie ten goede komen, maar ook nuttig zijn voor militaire operaties. Het project kreeg de naam
Le Grand Canal du Nord.
Het kanaal moest de Rijn in Neuss (bij Düsseldorf) verbinden met de Maas bij Venlo en vervolgens, via onze streken, met de Schelde. Vanuit Venlo zou het kanaal (zie de doorlopende zwarte lijn op het plan) naar Lozen en Kaulille lopen en vervolgens via Lommel, Blauwe Kei, Herentals en Lier naar de Schelde in Antwerpen. De haven daar wilde Napoleon uitbouwen tot een oorlogshaven met scheepswerf.
Het traject van het Grand Canal vanuit Venlo eindigde bij ons, een kilometer voorbij de draaikom in Lozen, in de huidige wetering. Daar moest het uitmonden in Le Bassin de Napoléon le Grand, een waterreservoir met een diameter van 300 meter (rode cirkel bij ‘Caulille’). Daarin moest ook het Voedingskanaaltje (de kronkellijn van middenonder naar links) uitmonden.
In het Frans heette dat Rigole Navigable et Nourritière du Grand Canal du Nord. Het vertrok in Maastricht en was bevaarbaar (navigable). Het was hoe dan ook nodig om een druppel water in het Grand Canal du Nord te krijgen (nourritière). Het bassin moest als waterbuffer dienen voor periodes waarin de Maas te laag stond.
Midden in het bassin was een eiland voorzien met een diameter van 100 meter en centraal daarop een voetstuk van 25 meter doorsnee. Dat moest dienen voor een marmeren beeld van Bonaparte. Afgaande op de afmetingen van het bassin, het eiland en het voetstuk had Zijne Excellentie een uit de kluiten gewassen exemplaar van zichzelf voor ogen!
Aan de hand van de beschikbare gegevens berekende Wim Cuppens dat het bassin en het beeld waarschijnlijk op Kauliller grondgebied hadden moeten komen, in de buurt van de brug in de Fabriekstraat. Maar…
Wim Cuppens: “Ze zijn er nooit gekomen. Het Grand Canal is ook nooit afgewerkt. Van het Voedingskanaal zijn in Bocholt en Kaulille nog stukken en sporen bewaard gebleven. Op Bocholter grondgebied lag tussen de Bosheidestraat en de grens met Kaulille tot 1956 nog een laatste stuk van dat kanaal. Van het bochtige parcours zijn in het landschap nog sporen zichtbaar.
In Kaulille liggen op de terreinen van de vroegere P.R.B. over een afstand van ongeveer een kilometer nog enkele unieke stukken van het Voedingskanaal. Als erfgoed verdienen die restanten een degelijke bescherming, maar die hebben ze nog steeds niet gekregen.”
Bij die restanten kan je niet zomaar geraken: ze liggen ‘binnen de Poeier’. Eén restant ligt buiten de omheining en is met enige terreinkennis te vinden. Het ligt achter de kanaalkom, richting Bocholt.
Vroeger was het vanaf de dijk zichtbaar. Er stonden restanten van een omheining rond en een ijzeren poort hing er nog in de hengsels. De plek was toegankelijk. De leden van de Kauliller visclub mochten er hun hengeltjes uitgooien. Met dank aan de Cooppaldirectie. Et naturellement à Napoléon le Grand (1,68 m).
Jef Vanbussel
Bron en illustraties: Wim Cuppens, De Kanalen in Bocholt, een korte geschiedenis. Het rijk geïllustreerde boek, met heel wat leuke weetjes, is te koop bij de heemkundekring van Bocholt (heemkundigekringbocholt
![[!]](/img/slingeraap.gif)
gmail.com)
Bij de illustraties:
Foto bovenaan: Ingezoomd plan met delen van het Grand Canal du Nord, het Voedingskanaal en het Bassin Napoléon.
Eerste foto onder de tekst: Foto van het Britse leger uit 1944, waarop de kronkelige loop van het Voedingskanaal (rode pijlen) vanaf de Bosheidestraat bij Sluis 18 te zien is.
Tweede foto: Grondplan van P.R.B. Zuid (het fabrieksgedeelte rechts van de weg naar Lozen), met rechtsonder duidelijk de visvijver ingetekend, een restant van het Voedingskanaal.
Derde foto: De vroegere visvijver vandaag. De natuur gaat er inmiddels haar eigen gang.