Er was eens nog niet zo lang geleden en ergens in het midden van ons zonnestelsel een planeet, die men Liraloftslag noemde. Er cirkelden wel 25 manen rond, maar dat doet verder eigenlijk niet ter zake. Op deze planeet leefde het volk van de eigenjaren. Dit zijn rare wezens met drie benen en wel vier armen, maar ook dat doet er eigenlijk niet toe. Wel interessant is dat ze wielen van voeten hadden. Dat scheelde alvast een belangrijke historische uitvinding! Ook van belang is dat ze drie hoofden hadden en daardoor waren ze heel slim, al correspondeerden de drie hoofden niet bij iedereen altijd even goed.
Het leven op Liraloftslag was niet gemakkelijk. Alles was er wel voor handen, maar de eigenjaren moesten hard werken om in hun levensonderhoud te voorzien. Soms kregen ze wel eens ruzie omdat bleek dat de buurman net iets meer of betere grond had. Dan staken ze al hun energie in het wegpesten van de buur, maar ook dat heeft voor ons verhaal momenteel niet veel belang.
De slimme eigenjaren hadden iets ontdekt dat hun leven heel wat gemakkelijker maakte: de magneet. Zelf bezaten ze over een magnetisch veld en ze hadden gemerkt dat een tegenpool hen kon aantrekken. Zo konden ze zich veel sneller verplaatsen en niet alleen zichzelf maar ook goederen. Ze ontdekten ook dat ze hiermee veel gemakkelijker dingen uit de grond konden trekken. Ook de buurman konden ze wegtrekken als ze dat nodig vonden. Ze verfijnden hun systeem van transport voortdurend en vonden steeds nieuwe toepassingen.
Er kwamen almaar meer magneten bij en het bracht hun veel welvaart. De ene profiteerde daar al wat meer van dan de andere, naargelang van het aantal en het soort magneten dat hij in zijn bezit had. Het werd een teken van rijkdom en macht. Hoe meer je er had, hoe meer je te zeggen had. Dat de halve planeet ondertussen al was ingenomen, namen ze er maar bij.
Wat ze in het begin echter niet wisten, was dat dit fantastische systeem ook de zon aantrok. Al die magneten samen zorgden ervoor dat de afstand tussen Liraloftslag en de zon ieder jaar een beetje verkleinde. Stilaan werd het er ook wat warmer. Maar dat wilden ze niet geweten hebben. De mensen die hiervoor waarschuwden, werden naar een eiland verbannen, waar ze zo hard konden roepen als ze maar wilden…
Toch bleven deze bannelingen zich verzetten. Ze maakten grote vuren, schoten vuurpijlen af, stuurden berichten met flessenpost of hingen papiertjes aan postduiven. Maar niets hielp. De magnetale machthebbers op het vaste land trokken er zich niets van aan.
Ondertussen was de zon al zo dichtbij gekomen dat het voelbaar heet was geworden. De zon trok met veel meer gemak water uit de oceanen, waardoor wolken sneller met overgewicht te kampen kregen en hun water als een koude douche uitstortten op een willekeurige plek. Op andere plaatsen was het dan weer dor en er ontvlamden her en der spontaan branden. Maar nog geloofde men meer in magneten en vertrouwde men erop dat alles vanzelf wel goed zou komen. De vervelende verbannen eilandbewoners had men daarom op een rubberen bootje gezet en verder de zee op geduwd.
Zo dobberde het leven voort op Liraloftslag. Maar of dat lang en gelukkig was…
In ieder geval scheen de zon verder.
* De naam Liraloftslag komt van het IJslandse ‘Hlýrra loftslag’, wat in het Nederlands ‘warmer klimaat’ betekent. ‘Eigingjarn’ is ook IJslands en staat voor ‘egoïst’. Hiervan is het woord eigenjaren afgeleid.
Jan Verheyen