In
2024 was ‘huisvesting en brandstoffen’ de belangrijkste uitgavencategorie van de Vlaamse huishoudens (22%), gevolgd door uitgaven voor diverse goederen en diensten (16%, voornamelijk financiële diensten en verzekeringen). Verder vormden voeding en transport (11% en 10%) ook belangrijke uitgavencomponenten. In vergelijking met 2003 wonnen de uitgaven voor diverse goederen en diensten en voor horeca aan belang in het uitgavenpakket, terwijl uitgaven aan voeding en transport minder zwaar doorwogen.
Het bruto sparen van de huishoudens in het Vlaamse Gewest daalde in 2024 met 4% tot 36 miljard euro. In 2023 was er nog een stijging met 16%. De stijging van het sparen in 2023 volgde op een hogere consumptie in 2021 en 2022 door het wegvallen van de Covid-19-beperkingen.