(of hoe een kleinigheid de Vlaamse begroting redde)
“Die man daar is keilief,” zegt mijn zoon. Ik kijk even rond en zie een man op leeftijd rustig voorbijglijden op een oude, krakende fiets. Ik herken hem ook, want hij trekt wel vaker langs ons huis. Kent mijn zoon deze man? En vanwaar dan? Maar dat blijkt niet zo te zijn. “Natuurlijk ken ik hem niet, maar die zegt altijd heel vriendelijk goedendag,” verduidelijkt hij.
Ik bevestig zijn bewering dat zoiets inderdaad alleraardigst is en koppel er meteen de gedachte aan dat de jongere generatie daar dan wel eens een voorbeeld aan mag nemen, maar mijn zoon trekt mijn aandacht op iets anders: “Hij zegt niet echt hallo, maar hij knikt altijd… Zo’n typisch Belgisch knikje.”
Dat laatste zinnetje maakt bij mij iets los. Is dat geen prachtig opmerkingsvermogen? Ergens in zijn hoofd heeft hij al zijn observaties, belevenissen, ervaringen, ideeën uit zijn jonge leventje opgeslagen. Nu grasduint hij naar hartenlust in die database – ook wel hersenen genoemd - waardoor hij in snel tempo deze culturele levenswijsheid weet te produceren: “een typisch Belgisch knikje”.
Alsof hij het al met zoveel andere internationale blijken van bonhomie kan vergelijken. (Mooi woord, hé: bonhomie! Zelf gevonden op Google. Het betekent ‘vriendelijke eenvoud in iemands manieren’. De nagel op de kop!) Hoe anders zou een Fransman knikken? Of een Noor, een Deen, een Aziaat?
Hij heeft wel gelijk. Wij, de dappersten onder de Galliërs, willen vriendelijk zijn, maar dan liefst onopvallend, want in Belgenland wordt “te” nogal snel als “trop” opgevat. Dus met een beleefde korte hoofdval word je bij ons als een vriendelijk persoon weggezet zonder dat er bijkomende insinuaties aan te pas komen. Meer moet dat niet zijn. Je kent elkaar niet, dus je hoeft elkaar niet om de hals te vliegen. Maar een kleine blijk van erkenning van elkaars aanwezigheid kan geen kwaad.
En kijk, als je het doet, word je als keilief bestempeld door de jeugd. Dat wil toch iedereen. Dus laten we het met zijn allen overnemen en de wereld zal er beter op worden.
Wist u trouwens dat het de Vlaamse regering gered heeft? Nu hebben ze een begroting in evenwicht, maar dat is er maar gekomen, doordat minister Crevits wat zat te knikken alsof ze alle voorstellen goed vond. Dat was natuurlijk niet zo; ze werd onwel. Hierdoor kreeg Hilde wel de geniale ingeving dat het knikje het gat in de begroting kon dichten. Het kost immers niets, maar het komt alle departementen ten goede: welzijn, gezondheid, sport, cultuur… Overal bedacht ze wel iets dat kostenbesparend was dankzij het knikje. Diependaele en co moesten alleen maar knikken.---
Ze hadden meteen een klikje met het knikje.
Jan Verheyen