Naar aanleiding van het nieuwste boek van
Wouter Beke over Europa hadden we afgelopen donderdag een gesprek met hem.
"Het boek is een beetje een jaarverslag van twee jaar rondlopen in het Europees parlement, waar ik met heel veel mensen gesproken heb. De voorzitter van de commissie, commissarissen, collega parlementsleden, ministers, de NAVO-secretaris-generaal tot en met de paus. Maar ook met heel veel gewone mensen. Mensen die ik ben tegengekomen de voorbije twee jaar als ik over Europa ging spreken, maar ook mensen die ik in Brussel heb bezocht, jongeren ook. Gisteren nog met de Vlaamse jeugdraad bijvoorbeeld".
"En dat heb ik dan proberen te bevatten in de vragen die zij stelden, maar ook in de antwoorden die we moeten geven. En dat heb ik samengevat in het boek 'Houvast of houdgreep'.
Veel mensen hebben het gevoel dat we in een houdgreep genomen worden, door Poetin, door Trump,
door China.
Maar ook in een houdgreep genomen worden door te veel Europese regels en in een
houdgreep genomen worden door moeilijke complexe besluitvormingsmechanismen in
Europa zelf. En dan is de vraag, hoe kunnen we terug opnieuw houvast bieden? En ik denk dat
dat wel mogelijk is. En dus die twee jaar zijn ook voor mij een zoektocht geweest naar hoe
kunnen we opnieuw houvast bieden? Want het is heel gemakkelijk om kritiek en commentaar te
geven en te zeggen dat alles verloren is en dat er niks goed werkt.
Maar mensen verwachten ook wel oplossingen en perspectief op een redelijke manier. We
moeten niet dromerig gaan doen, maar realistische perspectieven geven. En dat heb ik geprobeerd in
mijn boek neer te pennen.
Je zegt zelf ook, de burger heeft de voeling met Europa een beetje verloren?
"Die moeten we
terug aanhalen.
Toen ik jong was en op mijn achttiende naar de universiteit ging, toen probeerde men ons wijs te
maken dat na de val van de Berlijnse muur er geen breuklijnen meer waren en dat iedereen
ineens gemeenschappelijke stroom, westerse democratie en een vrije markt zou omarmen en dat
we allemaal kosmopolitische burgers zouden worden in één grote globale wereld.
Maar dat is niet zo. En er is een nieuwe breuklijn ontstaan, volgens mij. En dat is de breuklijn in
wat ik de wall people en de web people noem.
Dat zijn diegenen die aan de ene kant alleen maar de voordelen zien van de globalisering, de
web people. Mensen spreken zeven talen, die zitten vanuit thuis te zoomen naar de vrienden, de
familie of de collega's in heel de wereld. Die gaan drie, vier keren per jaar op citytrip.
Ze boeken via Airbnb, ze vliegen via Ryanair en ze laten zich afhalen via Uber. Ze kopen online
en de wereld ligt aan hun voeten.
En daartegenover staan dan de wall people die niet die
voordelen zien van de globalisering en het gevoel hebben dat ze alleen maar slachtoffer zijn van
die globalisering.
Want die spreken geen zeven talen, maar die worden geconfronteerd in een appartementsblok
met een buur die het Nederlands niet machtig is, die zelfs ook geen woord Engels spreekt. En wie ze
met handen en voeten moeten uitleggen dat het niet verstandig is om op donderdagavond de
huisvuilzak al buiten te zetten terwijl de vuilniskar pas maandagmorgen langskomt. Die zitten
niet constant op internet met iedereen te communiceren of dingen te kopen, maar die zien wel
dat de winkels bij hun in de straat dicht gaan.
En die gaan geen vier keer per jaar op vakantie, maar die zien wel dat vakantiegangers uit
China of diegenen die zijn gaan skiën in het Italiaanse Bergamo terugkomen met een virus en
daardoor mee heel de wereld hebben platgelegd.
Of nu een virus op een cruiseschip?
Ja, voilà. En die zeggen ja, maar die globalisering dat heeft voor ons alleen maar nadelen teweeg
gebracht. En als je daarover doordenkt dan zie je dat de politieke reflex heel vaak is dat gaan we meer terugplooien op onszelf.
Dat is wat de Britten gedaan hebben tien jaar geleden in hun referendum. Die zijn wijsgemaakt dat door zich los te wrikken uit de Europese Unie en terug te plooien op zichzelf dat het
allemaal beter zou gaan, dat het dan goedkoper zou zijn, dat er dan minder migratie zou zijn,
dat er dan minder regels zouden zijn en dat er dan meer geld zou zijn want zouden minder
moeten betalen aan de Europese Unie. Vraag het vandaag eens aan een Brit? Die modale Brit die zegt nu: mijn koopkracht is er 2300 euro op achteruit gegaan.
Of pond. Ja, dat is een maandloon. Die zegt, ik dacht dat we met minder regels zouden zitten en
we zitten met meer regels.
En ik dacht dat we met minder migratie zouden zitten en we zitten met meer migratie terwijl de
migratiecijfers in Europa de voorbije twee jaar stevig gedaald zijn. Dus dat zijn niet de
oplossingen.
Vorige week las ik een boek waar Karel van Miert hetzelfde zei in de jaren
tachtig: Europa moet het lot in eigen handen nemen en minder afhankelijk worden van de VS. Wat is er in die laatste 40, 50 jaar gebeurd? Dat we dat lot nog altijd niet in eigen handen
hebben.
Want dat wordt al langer gezegd natuurlijk. Heeft Trump en Poetin ons met de neus
op de feiten gedrukt?
Ja, ik denk wel dat die een accelerator zijn geweest in processen die al
langer speelden. Maar het is goed dat u verwijst naar de jaren tachtig en naar de generatie van
Wilfried Martens, Karel van Miert en Jacques Delors ook.
Want dat was ook een generatie die ook een beetje voor diezelfde uitdaging stonden. Maar die
hebben toen ook wel dingen in beweging gebracht. Want toen is men beginnen zeggen van kijk,
om opnieuw houvast te bieden, moeten we af van al die nationale munten en moeten we naar een euro gaan.
Als we opnieuw houvast willen bieden, dan moeten we af van al die grenscontroles, maar dan
moeten we vrij verkeer van mensengoederen en diensten toelaten. En dat hebben ze toen ook
allemaal wel gerealiseerd. Met als belangrijke accelerator ook nog de val van de Berlijnse muur,
de val van het ijzeren gordijn en 10 nieuwe landen die aan de deur stonden te kloppen om bij de
club te horen.
En in die zin is het wel een interessante vergelijking die u maakt. Want toen heeft die generatie
van mensen gezegd, ja als die nieuwe landen bij de Europese Unie willen komen om een
democratie veilig te stellen en te stabiliseren, want die hebben allemaal onder het juk van
autoritaire regimes gezeten, bijvoorbeeld linkse communistische
regimes, autoritaire regimes. Maar de Grieken of de Portugezen of de Spanjaarden, onder rechtse
communautaire autoritaire regimes.
En die zijn dan in de Europese Unie gekomen, maar dan heeft die generatie ook gezegd, ja maar
als we dat willen doen, dan gaan we wel onder de motorkappen moeten kijken wat er beter kan.
En dan heeft men bijvoorbeeld gezegd, ja we gaan niet het systeem kunnen houden dat we van
grote landen twee commissaris hebben en kleinere landen één, want als er dan tien nieuw bij
komen, dat wordt veel te groot. We gaan niet meer alleen via unanimiteit kunnen stemmen, we
gaan het idee van de gekwalificeerde meerderheid invoeren.
En dat is toen allemaal gebeurd. En dus ze hebben toen getoond dat het kon.
En ik denk dat we
vandaag opnieuw op zo'n moment staan.
Opnieuw op zo'n moment staan dat we onze motorkap moeten open doen, en zeggen van kijk, er
zijn opnieuw tien landen die aan die deur van de Europese Unie staan aan te kloppen. Dat alleen
al, wilt wel iets zeggen. Er staat geen enkel land aan de deur te kloppen om lid te worden van de Verenigde
Staten.
Er staat ook niemand aan de deur te kloppen om lid te worden van China. Maar wel van de
Europese Unie. Trump zegt ik wil Canada en ik wil Groenland, en Xi Jinping zegt ik wil Taiwan.
En wij zeggen ja, wij willen iemand, maar er zijn wel tien kandidaten die daar staan, en jullie
mogen misschien bij de club horen als jullie zich conformeren aan de regels. En dat op zich toont
eigenlijk al aan dat het wel een succesvol verhaal is". (morgen deel 2)