De gemeenteraad van Lommel heeft zonet de
aangepaste belastingreglementen voor toeristische verblijven goedgekeurd. Daarmee komt de stad tegemoet aan een aantal bezorgdheden die eerder door de toeristische sector werden geuit. De nieuwe tarieven gelden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.
In december vorig jaar keurde de gemeenteraad al nieuwe belastingen op toeristische logies goed, maar die stuitten op kritiek van uitbaters en verblijfsgasten. Vooral de jaargasten van Ooststappen lieten van zich horen. Zij maakten in maart zelfs gebruik van het spreekrecht tijdens de gemeenteraad. Na verschillende overlegmomenten met de sector besloot het stadsbestuur de tarieven te herbekijken.
Wat verandert er?
Voor hotels en B&B's bedraagt de jaarlijkse belasting voortaan 175 euro per kamer, voor hostels 75 euro per verhuureenheid. Vakantiewoningen betalen tussen 600 en 2.000 euro, afhankelijk van hun capaciteit.
Voor kampeerterreinen geldt een tarief van 50 euro per staanplaats voor eigen kampeermiddelen, 175 euro voor verblijven in losse verhuur en 600 euro voor jaargebonden verblijfsgelegenheden. Bij erkende vakantieparken bedraagt de belasting 75 euro per staanplaats en 1.000 tot 1.300 euro voor andere verblijfsgelegenheden.
Volgens schepen van Toerisme Peter Vanderkrieken werd bij de aanpassing rekening gehouden met de opmerkingen van de uitbaters. Burgemeester Bob Nijs (weliswaar verontschuldigd op de gemeenteraad wegens ziekte) benadrukt dat toeristen ook kosten met zich meebrengen voor de stad en dat de sector daarom een bijdrage moet leveren.
Hoewel de nieuwe regeling terugwerkt tot begin 2026, zijn er volgens het stadsbestuur nog geen aanslagbiljetten verstuurd. (Stad Lommel)
Discussie op de gemeenteraad
De aangepaste belastingreglementen zorgden vanavond opnieuw voor discussie tijdens de gemeenteraad. Op die tussenkomsten en de standpunten van de verschillende fracties komen we later uitgebreider terug in ons verslag van de gemeenteraad.