Een tweede mondelinge vraag kwam van raadslid
Rita Phlippo (Samen Vooruit). Zij verwees naar de brand bij Polypreen op 8 juni, waarbij een groot schuimblok vuur had gevat en er een aanzienlijke rookontwikkeling was. Omdat de fabriek in een woonomgeving ligt, vroeg ze waarom er geen waarschuwing via
Be-Alert werd verstuurd zodat buurtbewoners ramen en deuren konden sluiten. Ook wilde ze weten of er een rampenplan bestaat voor een dergelijk incident.
Burgemeester Bob Nijs legde uit dat Polypreen een Seveso-bedrijf van de lage drempelcategorie is. Dat betekent dat het bedrijf zelf over een noodinterventieplan beschikt, maar dat er geen bijzonder nood- en interventieplan (BNIP) zoals bij hoge drempelbedrijven verplicht is. Volgens de burgemeester werd het interne noodplan correct gevolgd. Het brandende schuimblok werd onmiddellijk naar een veilige plaats op het bedrijfsterrein gebracht, waar het gecontroleerd kon uitbranden.
De brandweer was volgens Nijs zeven minuten na de oproep ter plaatse. Op dat moment was de rookontwikkeling al verdwenen. Omdat het incident zo snel onder controle was en er volgens de brandweer geen acuut gevaar voor de omgeving bestond, werd geen Be-Alert verstuurd. Wel benadrukte de burgemeester dat mensen bij elke rookontwikkeling uit voorzorg best ramen en deuren sluiten.
Phlippo vond het vreemd dat de buurt pas via de pers over het incident werd geïnformeerd. Volgens haar had ook een korte communicatie achteraf op zijn plaats geweest. De burgemeester antwoordde dat de officier ter plaatse vermoedelijk had geoordeeld dat een bredere communicatie niet nodig was, maar beloofde het evaluatieverslag van de brandweer op te vragen en dit aan het raadslid te bezorgen. Hij benadrukte daarbij opnieuw het vertrouwen in de professionele beoordeling van de hulpdiensten.