in mijn oude schommelstoel genietend van het najaarszonnetje
dwarrelde plots op mijn terrastafel ’n half afgelaten wit ballonnetje
met ’n rood strikje was er een kartonnetje aan gebonden
ik was erg benieuwd wie deze boodschap wel had verzonden
“i am Desiré from Mozambique” las ik, het gekrabbel, nogal moeizaam
Ik was verast en mompelde, wat kan ik daar nu mee, met enkel z’n naam
Ik hoorde bij mijn bovenburen Guus en Trui, gegiechel en gestommel
Springen, dansen en tam-tamgeluid van op een oude trommel
Ik rende langs den trap naar het tweede verdiep
Niet te geloven hoe Guus al roepend achter zijn oude trommel liep
Voici la radio de la brousse avec Desiré de la Belgique
Niet te geloven, sjonge, sjonge ik lachte mij een kriek
Trui, zijn vrouw, was het lachen niet meer de baas
Zij riep almaar Guus hou nou op met je wild geraas
Alzo heb ik Desiré van ’t balonnetje uit Mozambique vrij vlug ontmoet
Het was weeral Guus mijn bovenbuur, die regelmatig van die gekke dingen doet
TC’24