Wie muziekles volgt, leert vaak vooral muziek van anderen spelen. Mozart, Bach en andere grote componisten vormen daarbij al generaties lang een belangrijke inspiratiebron. Maar waarom zouden leerlingen niet vaker zelf muziek bedenken? Die vraag houdt Erik Schrooten al jarenlang bezig. Samen met componist Bert Appermont schreef hij Muziekmakers, een recent verschenen boek waarmee hij creatie een grotere plaats wil geven in het muziekonderwijs. Want naast muzikanten die bestaande muziek prachtig uitvoeren, hebben we ook muzikanten nodig die hun eigen verhaal vertellen. We gingen met hem in gesprek.
“Dit boek is het resultaat van een jarenlange zoektocht naar manieren om leerlingen niet alleen muziek te leren uitvoeren, maar hen ook zelf muziek te laten creëren.” vertelt Erik wanneer we hem ontmoeten.
Schrooten is gitaarleraar aan de Kunstacademie Noord-Limburg en trok de voorbije vijftien jaar langs tal van muziekacademies, waar hij leraren begeleidde en zijn ideeën over creatief musiceren deelde. Samen met Bert Appermont, een internationaal gerenommeerd componist die vooral bekend is in de wereld van harmonie- en fanfareorkesten, werkt hij al vele jaren aan deze ambitie.
"Het deeltijds kunstonderwijs in Vlaanderen is iets bijzonders", vertelt hij. "Nergens in Europa kunnen zoveel mensen tegen zo'n lage prijs muziek, woord, dans of beeldende kunst volgen. Maar binnen het muziekonderwijs ligt de nadruk nog altijd heel sterk op het reproduceren van partituren."
Waarom wel bij tekenen en niet bij muziek?
Schrooten maakt graag de vergelijking met de beeldende kunsten. "Wanneer je tekenles volgt, krijg je een opdracht en maak je iets van jezelf. Je leert technieken terwijl je aan het creëren bent. In de muziek gaat het vaak andersom. Daar leren leerlingen eerst jarenlang hun instrument beheersen en bestaande muziek uitvoeren. Pas veel later komt eventueel het zelf componeren aan bod."
Nochtans hoeft dat volgens hem helemaal niet zo te zijn.
"Stel dat een leerling naar de academie komt met de droom om zelf een muziekstuk te schrijven. Dan zeggen we vaak dat hij eerst zijn techniek moet ontwikkelen. Maar als je die droom jarenlang uitstelt, bestaat het gevaar dat hij helemaal verdwijnt."
Volgens Schrooten kunnen techniek en creativiteit perfect samengaan. "Als een leerling twee noten kan spelen, kan hij daarmee al improviseren. Je hoeft echt niet een volleerd muzikant te zijn om zelf iets te bedenken."
Een fout die plots iets moois wordt
Zelf muziek bedenken en experimenteren vraagt ook een andere houding van de muziekleraar. Niet alles ligt vooraf vast en soms ontstaat de mooiste muziek net wanneer iets anders loopt dan verwacht.
Schrooten herinnert zich een leerling die tijdens een les een verkeerde noot speelde. De leerling had een voorteken in de partituur over het hoofd gezien, waardoor de muziek plots een andere kleur kreeg. Maar het resultaat klonk verrassend goed.
"Op zo'n moment sta je voor een keuze", vertelt hij. "Als vakman zeg je: dat is fout. Maar als kunstenaar denk je: aha, dat is interessant wat hier gebeurt!"
Precies daarin schuilt volgens hem een interessante uitdaging voor muziekleraars. "Je moet durven loslaten. Je weet bij een creatieve opdracht niet altijd vooraf waar je zult uitkomen. Dat kan spannend zijn, zeker wanneer je zelf bent opgeleid om partituren zo nauwkeurig mogelijk uit te voeren."
Hij begrijpt anderzijds de terughoudendheid. "Een instrument leren bespelen vraagt veel oefening en discipline. Daar is niets mis mee. Maar we moeten daarnaast ook ruimte durven maken voor het onverwachte."
Een boek dat je met je instrument moet lezen
Met het recent verschenen Muziekmakers, uitgegeven bij Acco, willen Schrooten en Appermont leraren helpen om dat creatieve musiceren een plaats te geven in hun lessen.
Het boek gaat niet alleen over hoe je muzikale ideeën kunt bedenken en ontwikkelen, maar vooral ook over hoe je anderen daarbij kunt begeleiden. Hoe breng je leerlingen aan het creëren? Hoe geef je voldoende richting zonder hun eigenheid te beperken? Hoe help je hen om hun eerste ideeën verder uit te werken tot muziek waar ze zelf tevreden over zijn? En hoe beoordeel je de kwaliteit van iets dat vooraf nog niet vastligt?
"We wilden geen boek schrijven dat je alleen maar leest", zegt Schrooten. "Eigenlijk moet het een klinkend boek zijn. Je moet je instrument erbij nemen, dingen uitproberen en zelf ervaren wat er gebeurt."
Het boek combineert inzichten over creativiteit en muziekonderwijs met tal van muzikale voorbeelden, opdrachten en experimenten. Ook de vormgeving kreeg bijzondere aandacht. Zo bevat het boek grafische partituren die veel meer vrijheid laten dan de traditionele muzieknotatie.
"Bij een gewone partituur staat doorgaans heel precies aangegeven welke noten je moet spelen en hoe lang. Bij een grafische partituur is dat veel opener. Verschillende muzikanten kunnen daar op een heel andere manier mee omgaan." Die bijzondere vormgeving zorgt ervoor dat het boek niet alleen in gewone boekhandels te vinden is maar ook in museumshops en grote boekhandels in bijvoorbeeld Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Antwerpen en Gent.
Het schrijfproces verliep opmerkelijk snel. "De eerste versie stond verrassend snel op papier. Maar daar gingen natuurlijk jaren van zoeken, uitproberen en inzichten verzamelen aan vooraf." Daarna volgde een veel langer traject van feedback verzamelen, herschrijven, vormgeven en een geschikte uitgever zoeken.
Niet iedereen moet componist worden
Schrooten benadrukt dat de traditionele manier van muziekonderwijs een interessante en waardevolle piste blijft. Hij heeft bijzonder veel waardering voor muzikanten die bestaande composities tot in de perfectie uitvoeren.
"Ik ga zelf heel graag luisteren naar orkesten die de meesterwerken uit de klassieke muziek spelen. Dat kan van een ongelooflijke schoonheid zijn. Maar daarnaast heb je ook muzikanten die hun eigen verhaal willen vertellen. Die moeten we evenzeer kansen geven."
Hij verwijst naar artiesten als Stijn Meuris, die een publiek aanspreken, omwille van hun persoonlijkheid en eigenzinnige muziek.
"Het gaat niet over betere of slechtere muzikanten. Het zijn verschillende manieren om met muziek om te gaan. En die verdienen allebei een plaats."
Volgens Schrooten zijn er leerlingen die zich helemaal thuis voelen bij het klassieke repertoire, terwijl anderen vooral willen experimenteren. "Als je die laatste groep uitsluitend bestaande partituren laat spelen, bestaat het risico dat ze afhaken. Terwijl ze misschien net een heel eigen muzikale stem kunnen ontwikkelen."
Ook voor bands en singer-songwriters
Hoewel Muziekmakers in de eerste plaats bedoeld is voor muziekleraars, wil Schrooten nadrukkelijk ook andere muzikanten bereiken.
"Een singer-songwriter componeert vaak op een heel andere manier dan iemand die aan een schrijftafel noten op papier zet. Hij neemt zijn gitaar, probeert enkele akkoorden, verandert iets aan de melodie en zoekt verder tot het goed klinkt. Ook dat is componeren."
Volgens hem kan die manier van werken perfect een plaats krijgen in het muziekonderwijs.
"Je leert al doende. Onderweg ontdek je dat je bepaalde kennis of technieken nodig hebt, en dan ga je die ontwikkelen. Dat is een heel natuurlijke manier om met muziek bezig te zijn."
Het was dan ook een bewuste keuze om Muziekmakers via een reguliere uitgeverij op de markt te brengen. Het boek moet niet alleen zijn weg vinden naar muziekacademies, maar ook naar muzikanten die zelf creatief aan de slag willen.
Schrooten hoopt bovendien dat er op termijn een Engelse vertaling komt, zodat de ideeën ook internationaal een nog groter publiek kunnen bereiken.
Durven tijd maken
Uiteindelijk draait het voor Schrooten ook om tijd. Want zelf muziek creëren leer je niet met één opdracht of één geslaagde improvisatie. Net als het leren bespelen van een instrument vraagt het oefening, begeleiding en vooral de kans om het telkens opnieuw te proberen.
"Als je leerlingen één keer laat componeren en het lukt niet meteen, mag je daar niet uit besluiten dat ze het niet kunnen. Creativiteit moet je net zo goed oefenen als je instrument. Je moet ermee bezig blijven."
Zijn ambitie is duidelijk: muziekacademies waar leerlingen niet alleen leren hoe anderen muziek hebben geschreven, maar ook ontdekken wat ze zelf te vertellen hebben.
"Ik hoop dat we op termijn meer kunstenaars kunnen laten groeien. Muzikanten met een eigen verhaal, die hun eigen weg durven zoeken. Want naast het prachtige bestaande repertoire heeft de muziekwereld ook nieuwe stemmen nodig."