Wat voor de meeste mensen een onbekende sport is, vormt voor
Dirk (58) en Thom (27) Waterschoot uit Pelt al jarenlang een passie. Vader en zoon zijn actief in de wereld van het dragracen, een motorsport waarbij het draait om één ding:
zo snel mogelijk een rechte afstand afleggen. Achter die enkele seconden vol adrenaline gaat echter een wereld schuil van techniek, voorbereiding, reizen en doorzettingsvermogen.
Dirk kwam zowat achttien jaar geleden eerder toevallig in contact met de sport. Tijdens een bezoek aan een dragrace-evenement in het Nederlandse Drachten raakte hij aan de praat met een Belgisch team.
“Het regende die dag, waardoor er niet gereden werd. We hebben toen uren rondgelopen en zijn bij een team terechtgekomen dat ons meteen welkom heette. Ik ben daarna als mechanieker beginnen meehelpen en ben jarenlang met dat team door heel Europa meegereisd.”
Toen dat team stopte, groeide het idee om zelf iets op te bouwen. Eerst werd een
Harley-Davidson omgebouwd tot dragracemotor, later volgden andere projecten. Intussen
beschikken vader en zoon over twee volledig zelfgebouwde machines.
Alles zelf gebouwd
Wat hun verhaal bijzonder maakt, is dat ze vrijwel alles zelf doen. In hun eigen werkplaats
bouwen ze de motoren volledig op. Enkel onderdelen zoals het motorblok, de wielen en
specifieke racecomponenten worden aangekocht.
“Het frame, de geometrie, de ophanging, de volledige opbouw: dat maken we zelf. Je kunt
zo'n motor natuurlijk kopen, maar wij bouwen hem liever volgens onze eigen ideeën en
ervaring.”
Hun technische kennis komt niet uit de lucht vallen. Dirk werkte jarenlang in technische
functies, die ervaring komt goed van pas bij het ontwikkelen en onderhouden van de motoren.
“De sport evolueert voortdurend. Elk jaar proberen we verbeteringen door te voeren. Maar
alles is natuurlijk budgetgebonden. Je kunt niet alles tegelijk kopen.”
Zes seconden vol gas
Hoewel een race vaak niet langer duurt dan zes tot tien seconden, gaat er enorm veel
voorbereiding aan vooraf.
Een dragrace start vanuit stilstand. De piloten positioneren zich in een systeem van fotocellen
en wachten op het startsignaal. Zodra het licht op groen springt, gaat het voluit richting finish.
In Frankrijk rijden Dirk en Thom meestal een achtste mijl, goed voor iets meer dan 200 meter.
In Duitsland gaat het vaak om een kwart mijl, ongeveer 400 meter.
“Met onze tweecilinder rijden we op een achtste mijl ongeveer 6,3 seconden aan een snelheid
van rond de 180 kilometer per uur. Op een kwart mijl halen we ongeveer 9,7 seconden en
meer dan 200 kilometer per uur.”
Wie denkt dat het alleen draait om het openen van het gas, onderschat de sport volledig.
“De start is ontzettend belangrijk. Geen wielspin, geen wheelie, een perfecte koppeling en een
goede afstelling. Als er mechanisch iets niet klopt, maakt het niet uit hoe goed de piloot is.”
Meer techniek dan velen denken
Volgens Dirk wordt dragracen vaak verkeerd ingeschat.
“Mensen zeggen soms: het is maar vierhonderd meter rechtdoor rijden. Maar eigenlijk is het
vooral een technische sport.”
Zelfs de koppeling vraagt voortdurend aanpassingen. Afhankelijk van temperatuur, grip,
baancondities en bandendruk moet de afstelling telkens opnieuw worden bekeken.
Ook schakelen gebeurt anders dan op een gewone motor. Via een elektronisch systeem wordt
op het ideale toerental geschakeld. De rijder hoeft enkel op een knop te drukken, waarna de
motor automatisch naar de volgende versnelling gaat.
“Alles gebeurt in fracties van seconden. Je houdt het gas gewoon volledig open.”
Zoon
Thom groeide letterlijk op tussen de motoren.
“Dat zat er eigenlijk van jongs af aan in”, vertelt hij. “Ik ging al jaren mee naar wedstrijden
voor ik zelf begon te rijden.”
Toch rijden vader en zoon nooit tegen elkaar. Ze komen uit in verschillende klassen en helpen
elkaar tijdens de wedstrijden.
“Als Thom rijdt, help ik hem aan de start. En als ik rij, helpt hij mij. Dat is ook een van de
redenen waarom we meestal niet in dezelfde klasse uitkomen.”
Tijdens wedstrijden vormt het duo dan ook een hecht team. Terwijl de ene rijdt, houdt de
andere zich bezig met de techniek, de afstellingen en de voorbereiding.
Duizenden kilometers onderweg
Een van de grootste uitdagingen is het gebrek aan mogelijkheden in België. Hier zijn
nauwelijks nog plaatsen waar dragraces georganiseerd worden.
“Eigenlijk zijn er geen Belgische wedstrijden meer. Zelfs testen is onmogelijk.
Motorsport ligt gevoelig. Geluid, vergunningen, milieuregels... het wordt steeds lastiger.”
Daardoor trekken Dirk en Thom geregeld naar Duitsland, Frankrijk en Nederland.
Sommige wedstrijden liggen honderden kilometers ver.
“Bordeaux bijvoorbeeld ligt op ongeveer duizend kilometer. Vaak combineren we zo'n
wedstrijd met een korte vakantie, anders ben je alleen maar aan het rijden.”
Ook het Noord-Franse Clastres, jarenlang een vaste afspraak op hun kalender, dreigt te
verdwijnen omdat het terrein een andere bestemming krijgt.
Kostelijke hobby
Dragracen is geen goedkope sport. Transport, onderdelen, banden, brandstof, inschrijvingen
en licenties zorgen voor een stevig kostenplaatje. “Je moet het zien als een hobby die geld
kost.” Sponsors zijn welkom, maar niet gemakkelijk te vinden.
“Wij rijden niet in België en komen dus weinig in beeld. Sponsoring bestaat vooral uit
mensen die onderdelen leveren aan inkoopprijs of op een andere manier helpen.”
Weinig Belgische teams
In België zijn er vandaag nog maar een handvol actieve dragraceteams.
“Je kunt ze bijna op één hand tellen”, zegt Dirk. “Dat maakt het soms jammer, want het blijft
een prachtige sport.”
Toch denken vader en zoon niet aan stoppen. Integendeel. Binnenkort staan alweer
wedstrijden in Frankrijk en Duitsland op het programma.
“Het blijft een avontuur. Je weet nooit op voorhand hoe een weekend gaat verlopen. Soms win
je een wedstrijd, soms breekt er iets. Maar net dat maakt het zo mooi.”
Voor Dirk en Thom draait dragracen dan ook om veel meer dan snelheid alleen. Het is een
combinatie van techniek, vakmanschap, reizen, vriendschap en vooral een gedeelde passie
tussen vader en zoon.
Marc Faes