Onlangs hing ik nog eens in de lucht en bekeek de wereld van bovenuit. Ik zag kleiner wordende huisjes, mini-autootjes, een lapjesdeken van velden en weilanden, wolkjes… De piloot meldde dat we over Parijs vlogen en ik kon warempel Le Stade de France en La Défense ontdekken en van daaruit de straat volgen naar de Arc de Triomphe en het Louvre. De Eifeltoren had zich beter verstopt, want van die slanke stalen constructie bleef vanuit de lucht bekeken niet veel over
Ik hoop in het vliegtuig altijd een plekje aan het raampje te kunnen bemachtigen. Als me dat niet lukt, is dat vooral vervelend voor de persoon die daar wel zit, want ik kan hem of haar helaas niet beschermen tegen mijn overhangende nieuwsgierige neus en fotograferende hand. Sorry daarvoor.
Van hieruit wordt alles gigantisch relatief. Wat anders in mijn eigen kleine leventje zo groot en belangrijk lijkt, stelt hierboven in de lucht niet veel meer voor. Het zicht op de oneindige wereld daar beneden stelt alles in een ander daglicht. Ik ben maar een van de vele miertjes in het mierennest.
Soms als het wat tegenzit of het gaat eens wat moeilijker, dan denk ik graag terug aan het vliegtuigperspectief en zie in gedachten de wereld onder mij voorbijtrekken om me eraan te herinneren hoe relatief mijn aardse activiteit is. Dat lucht dan weer even op...
Mijn mijmeringen vlogen even nog wat verder weg in het vliegtuig. Ik verbeeldde me hoe andere mensen zo’n vlucht ervaren. Wat gaat er in die man om, die wel naast het raam zit, maar nog helemaal niet naar buiten heeft gekeken? Dat vind ik maar raar. Zou dat zo’n frequent flyer zijn, die het al te gewoon is geraakt?
Of hoe ziet Pumrt de wereld vanuit zijn Air Force One? Hij heeft ongetwijfeld nog veel meer van de wereld gezien. Zou hij nog wel eens naar buiten kijken? Hij kan vanuit zijn luie zetel met extra beenruimte en gratis champagne letterlijk op alles en iedereen neerkijken. En wie weet: misschien zal hij ook wel relativeren… Maar dan op een andere manier, zoals F-16’s met bommen naar Iran sturen en dan denken: “Ach, de wereld is groot genoeg en ik, de grote machtige oranje hulk, mag dat doen: een beetje orde op zaken stellen.”
Wat later wekte de stem van de piloot mij uit mijn mijmeringen en zakte het vliegtuig voor de landing op Lissabon. Ook daar kon ik moeiteloos het stratenpatroon volgen met het torentje van Belem, de twee bruggen over de Taag, het voormalige expo-terrein…
Dankzij Pumrt en zijn dikke vriend Neejahoedan zijn sommige plekken op de wereld niet meer zo gemakkelijk te herkennen vanuit de lucht.
En nee, dat is absoluut niet relatief.
Jan Verheyen