Ik had het in vorige artikels al over het Theodardusplein en de Kleinheidelaan om zo te komen tot een artikel over de Kerkstraat. Deze straat loopt langs de mijnkathedraal, aan de zuidkant ervan.
Een mijnkathedraal is geen kathedraal in de pure betekenis van het woord. Immers, een kathedraal is een bisschopszetel. Het is de hoofdkerk van een bisdom. In het bisdom Limburg staat de (eerder bescheiden) kathedraal dus in Hasselt. Het heeft dus niets te maken met de grootte of de pracht en praal van het gebouw.
Een mijnkathedraal daarentegen was doorgaans wel groot en imposant omdat de mijnmaatschappijen wilden imponeren.
Het was een symbool van hun toenmalige macht en rijkdom.
5 van de 7 Limburgse mijnzetels hadden een dergelijke mijnkathedraal. In Houthalen was er een mijnkathedraal gepland in de wijk Meulenberg, maar die is er nooit gekomen. Wel werd de bestaande kerk er merkelijk vergroot, net zoals die van Heusden.
De mijnkathedraal van de mijn van Beringen werd ontworpen door Henri Lacoste.
Deze man werd op 16 januari 1885 in Doornik geboren. Hij groeide er op in de schaduw van de voormalige kathedraal, waar de stad rond groeide, een beeld dat hem steeds is blijven boeien. Zijn vader was zilversmid en slotenmaker. In diens atelier leerde Henri onder andere het belang van correcte materiaalkeuze. Hij overleed te Oudergem, bij Brussel, op 28 april 1968. In wat volgt zal duidelijk worden dat hij niet stil gezeten heeft.
Hij was generatiegenoot van Henri Van de Velde (1863 – 1957) en Victor Horta (1861 – 1947) en kleurrijk lesgever aan de Brusselse Academie. Zijn werk is niet onder één noemer te brengen. Want hij bouwde niet alleen kerken, maar ook expo-paviljoenen, musea, gedenktekens, het eerste crematorium enz.
Hoe geraakte hij zo ver?
Na zijn succesvolle studie voor architect aan de Académie in Brussel (1903 – 1908), studeerde hij van 1908 tot 1913 verder aan de ‘Ecole des Beaux Arts’ in Parijs.
Kort daarna brak de Eerste Wereldoorlog uit en werd hij ingelijfd bij de genie. Hij moest er waardevolle historische gebouwen opmeten zodat die bij eventuele beschadiging tijdens de oorlog, nadien in hun oorspronkelijke staat heropgebouwd konden worden. Hij was vooral actief in de westhoek en Bretagne. Dit had invloed op zijn latere ontwerpen want zo blijkt er een opvallende gelijkenis te zijn tussen de toren van de Sint-Niklaaskerk van Veurne en die van de kerk van Zwartberg, maar ook tussen de torens van de Sint-Amatuskerk van Oost-Vleteren, die van de Sint-Pieterskerk van Lo (beide in de Westhoek) en die van de Sint-Theodarduskerk van Beringen-Mijn.
Kenmerkend voor zijn stijl zijn de grootse harmonie in telkens weerkerende eenvoud van vormen en het spel van lijnen.
Vanaf 1923 was hij naast architect ook docent aan het Institut Supérieur d’Art et d’Architecture in Brussel.
In 1928 volgde hij Victor Hugo op als lesgever voor architectuur aan de Académie van Brussel, waar hij in 1954 directeur werd, tot 1957.
Als archeoloog nam hij deel aan buitenlandse expedities, bv in het kader van opgravingen in Delphi, Griekenland. Van 1930 tot 1938 had hij een leidende functie in 5 Belgische missies, o.a. naar Syrië. Telkens combineerde hij dergelijke reizen met een bezoek aan belangrijke monumenten.
Als architect nam hij grote projecten aan zoals de restauratie van de universitaire bibliotheek van Leuven en de mijnkathedralen van Zwartberg en dus Beringen-Mijn.
En zo komen we aan de Kerkstraat. Op 18 mei 1939 werd het KB tot het bouwen van de Sint-Theodarduskerk goedgekeurd en de koolmijn schonk het terrein voor de bouw ervan aan de kerkfabriek.
Op 14 juni 1939 werden de eerste palen geheid en startte de bouw van de kerk.
In september 1940 werd de eerste steen voor de mijnkathedraal gelegd. Op 4 december 1942 werd er de eerste mis opgedragen en op 30 augustus 1943 werd de kerk ingewijd door de toenmalige bisschop van Luik.
Nog geen jaar later, op 12 mei 1944, werd de kerk beschadigd door het bombardement in Beverlo. Vooral de glasramen liepen schade op.
Op 13 november 1957 werden de 3 klokken geplaatst die de mijn aan de kerk geschonken had.
Op 10 november 1977 blies een storm de haan van de toren. Hij viel op het dak van de kruisbeuk. Ongeveer een jaar later, op 1 oktober 1978 werd hij terug geplaatst.
Wat zijn zoal de bezienswaardigheden in deze monumentale kerk?
Dat zijn er écht veel, en daarom beperk ik me tot enkele ervan.
Deze kerk werd in oorlogstijd gebouwd: de Tweede Wereldoorlog woedde nog volop. En Henri Lacoste was een diepgelovig christen en kende de architectuur van Rome door en door. Daar haalde hij veel kennis en inspiratie uit. Zo drukte hij het verlangen naar vrede uit in de vele vredesduiven met maretak en in de mozaïeken in de communiebank. Maar ook Oosterse elementen, zoals de schilderijen van Moeder Maria en Sint-Jozef (boven de zijaltaren) en mozaïeken, verwerkte hij in de mijnkathedraal. De fresco’s in de nissen, links en rechts van het hoogkoor, doen dan weer Byzantijns aan.
Maar het was bovenal een kerk voor mijnwerkers en daarom liet hij zich voor de zijbeuken inspireren door de ondergrondse galerijen.
Een van de prachtige, recent gerestaureerde glasramen, in het schip aan de noordkant, stelt de heilige Theodardus voor, met achter hem een maquette van de mijnkathedraal.
Onder de altaarsteen bevindt zich een reliek van deze heilige, samen met relieken van de heilige Lutgardis, Evermarus en Bonifacius. In de Sint-Servaasbasiliek van Maastricht bevindt zich een reliekhouder uit 1996 in de vorm van een koperen beeldje van de heilige Theodardus, met een zwaard door zijn hoofd.
De glasramen zijn uniek.
Niet zozeer omdat ze bestaan uit ongeveer 18.500 kristallen, maar vooral omdat ze in beton werden verwerkt, niet in hout of metaal. En omwille van betonrot dienden diezelfde glasramen recent dus gerestaureerd te worden.
Tot slot: de kerk was vernieuwend in het gebruik van de materialen: ze werd eigenlijk volledig opgetrokken in gewapend beton, dat onzichtbaar gehouden werd door het metselwerk. Het gebouw doet gotisch aan omwille van de vele, vaak hoge bogen die het bouwwerk karakteriseren. De stijl wordt al eens omschreven als ‘versoberde traditionalistische baksteenarchitectuur’.
Heb je ze nog niet bezocht, of zou je er graag nóg meer over te weten komen, ga dan zeker eens langs bij een volgende open Monumentendag of tijdens de opendeur dit weekend en laat je informeren door de aanwezige vrijwilligers. Het is zeker de moeite waard. (Danny Boelanders - foto Gust Ischen)
Bronnen: de diverse tentoonstellingen van ‘citévolk spreekt’, odis.be en het tijdschrift ‘kiosk’ van de heemkundige kring van Beringen