Het stadsbestuur wil de oorspronkelijke renovatieplannen voor het
Beringse Mijnstadion herbekijken om tot een ruimere bestemming te komen
dan louter een sportieve invulling. Dat konden we gisteren al lezen. Maar dat klinkt vreemd in de oren van Team Voluit, de
Beringse oppositiepartij met Tijs Lemmens en An Moons.
"Want
net die eerdere plannen vertrokken al van een brede toekomstvisie: het
stadion als sportieve kern én als open recreatie- en ontmoetingsplek,
met respect voor het mijn- én sportverleden van Beringen. De suggestie
dat het vorige plan te beperkt zou zijn geweest, klopt dan ook niet",
stelt Team Voluit.
"Vorige legislatuur werd onder begeleiding van het Team Bouwmeester gewerkt aan een geïntegreerd plan: restauratie van de bestaande gebouwen, nieuwe meervoudig inzetbare infrastructuur en maximale inbedding in de unieke context van Beringen-Mijn, met link naar be-MINE, het Kolenspoor en het recreatieve netwerk van West-Limburg. Sport bleef het hart van de site – logisch gezien het aanwezige sportweefsel en de identiteit van het stadion – maar tegelijk werd het concept verruimd naar een open en genereuze recreatieplek voor ontmoeting, erfgoedbeleving, speelpleinwerking en activiteiten voor jong en oud. Dat plan werd ook meermaals afgetoetst met stakeholders. Maar vandaag dreigt het zonder overleg of participatie in de prullenmand te verdwijnen. We horen dat verenigingen al op zoek moeten naar andere locaties. Rendement zonder definitie is leeg begrip. Het stadion zou volgens de schepen van Sport Jessie De Weyer meer moeten renderen. Maar welk rendement bedoelt men precies?", vraagt Tijs Lemmens zich af.
Erfgoedsite
“Je kan een erfgoedsite als deze niet vergelijken met een uitbating van een sportsite door bijvoorbeeld een voetbalclub. Dat getuigt van weinig kennis over hoe sportclubs georganiseerd zijn. Het vorige renovatieplan vertrok al vanuit verbreding: meer gebruikers, meer recreatieve functies en een flexibel inzetbare sportsite. Als men vandaag plots de sportieve toekomst in vraag stelt, dan moet men ook durven zeggen wat men in de plaats wil. Een commerciële, private invulling? Een plotse koerswijziging zonder gedragen plan ondermijnt het vertrouwen van verenigingen en burgers. Dit dossier mag geen beslissing worden in de coulissen van het stadhuis. Het vraagt transparantie en een open debat", vertelt Tijs Lemmens nog.
Erfgoedwaarde
"Opvallend ook is dat in de recente communicatie van het stadsbestuur amper nog wordt gesproken over de erfgoedwaarde van het stadion. Nochtans is net het historisch sportweefsel en de beeldbepalende kracht van het stadion bepalend voor zijn identiteit én die van de omgeving. Het Mijnstadion is ook vastgesteld als bouwkundig erfgoed. Dat betekent dat de eigenaar – in dit geval de stad – een zorg- en motiveringsplicht heeft.
Als de stad haar mijnerfgoed serieus neemt, dan neemt ze niet alleen de be-MINE site maar ook dit krachtig cultuurhistorisch ensemble serieus. Publieke middelen vragen zorgvuldigheid. Maar net zo zorgvuldig moet men omgaan met erfgoed", gaat An Moons verder.
Meer dan beton
“Dit stadion is meer dan beton en tribunes en ook geen gewoon sportveld. Het is een tastbare getuige van ons mijnverleden en van het roemrijke sportverleden van FC Beeringen. Kortom, van wat onze stad mee groot heeft gemaakt. Wie erfgoed strategisch en toekomstgericht inzet, creëert vanzelf maatschappelijk én economisch rendement. Wie het reduceert tot een kostenpost, begrijpt de waarde voor de gemeenschap niet. Als we het rendement van zulke plekken louter beoordelen ten opzichte van de investeringskost, dan verliezen we niet alleen stenen maar ook onze Beringse identiteit, aantrekkingskracht en generaties aan verhalen", besluit Moons.