De Zwarte Beek ontspringt in Hechtel en mondt uit in de Demer in Diest. Met andere woorden: ze loopt vanuit de Limburgse Kempen tot in het Hageland.
In het geval van deze beek kunnen we niet spreken van een bronput (een punt waar het water uit de grond stroomt en een waterloop begint te vormen) maar wel van een brongebied. Immers, in de regio rond de Katershoeve in Hechtel lopen verschillende greppels samen en vormen zo de bovenloop van de beek. Over een afstand van ongeveer 35 kilometer vormt ze een beekdal, de ‘Vallei van de Zwarte Beek’, die ook de gemeenten Houthalen-Helchteren, Beringen, Lummen en Halen doorkruist.
Niet alleen de Zwarte Beek, maar ook de Winterbeek en de Oude Beek stromen hier doorheen bossen, moerassen, hooi- en weilanden. Onder andere fjordenpaarden en Aberdeen Angusrunderen worden ingezet om het terrein te beheren.
Ik herinner me nog dat Willy Vanlook van Koersel een van de drijvende krachten was achter de milieugroep ‘Bero’ die zich sinds 1976 inzette voor de bescherming van deze vallei, omdat er hier en daar plannen opdoken om dit waardevol natuurgebied op te offeren aan andere doeleinden. En met 1470 hectare is het ondertussen een van de grootste natuurgebieden van Vlaanderen. Bovendien is 897 hectare daarvan erkend als natuurreservaat.
De verschillende delen van het natuurreservaat liggen langs de oevers van de beek en op een vijftal plaatsen vind je ingerichte wandelgebieden.
Eentje ervan vind je aan het bezoekerscentrum ‘De Watersnip’ aan de Grauwe Steenstraat in Koersel, waar je enkele heel mooie en afwisselende wandelingen kan starten.
Ondertussen maakt de vallei ook deel uit van een Europees project waarbij men het veen herstelt zodat er opnieuw koolstof in de bodem kan opgeslagen worden.
Dit natuurreservaat is in Europa ook gekend omdat hier zeldzame dier- en plantensoorten voorkomen zoals de zwarte specht, de boomleeuwerik en de blauwborst. Bovendien speelt dit gebied een sleutelrol in het behoud van de watersnip. De open, natte graslanden vormen de ideale habitat. Elders in Vlaanderen is deze waadvogel zo goed als verdwenen.
Komt daar nog bij dat in 2020 een koppeltje kraanvogels voor het eerst een nest maakte in de vallei, maar zonder succes. Een jaar later, op 30 april 2021, werden er wel - voor het eerst sinds eeuwen in België - twee kraanvogels geboren. Dit jaar werden er al drie koppels kraanvogels waargenomen.
Ook zeldzame waadvogels zoals de porseleinhoen en waterral komen graag naar deze vallei.
En onder water vind je de grootste populatie beekprik van Vlaanderen, een kleine kaakloze vis waarvoor zuiver water van levensbelang is.
De overwegend (groen)gele moerassprinkhaan zie en hoor je er tijdens de zomermaanden (juni – september) overdag aan het werk in de buurt van moerassig gebied.
Maar je vindt er ook bijzondere planten, zoals de slangenwortel. Dit is een giftige waterplant, typisch voor de vallei van de Zwarte Beek. Van mei tot augustus zie je de bloemen, in de vorm van een aronskelk (ze behoort tot die familie). De hartvormige bladen met spitse punt groeien vaak dicht opeen.
En dit is nog maar een bloemlezing van de mooie en uitzonderlijke natuur die de Zwarte Beek ons biedt.
Laat dus niets je tegenhouden om er regelmatig een wandeling te maken, temeer omdat er prachtige wandelingen uitgestippeld zijn vanaf het bezoekerscentrum ‘De Watersnip’.
Natuurpark
Recent vond ik dan nog een bericht op de site van VRT.be, van de hand van Mariken Veldhuis en onze eigen Hans Put, de grote bezieler van deze internetgazet. Hierin werd verteld dat Natuurpunt het ‘Natuurpark Zwarte Beek’ recent officieel heeft voorgesteld. Bouwend op 50 jaar natuurbescherming moet dit project de vallei klimaatrobuust maken door meer en beter te gaan samenwerken.
Immers, in 1992 kreeg het gebied al de officiële status van ‘ecologisch impulsgebied’ maar de aanpak bleef vaak te versnipperd. Vanaf nu wordt de samenwerking gebundeld en werkt men aan een gezamenlijke visie waardoor de ingrepen efficiënt gepland en uitgevoerd kunnen worden om op die manier tot een ‘robuust sponslandschap’ te komen dat de regio mee kan beschermen tegen de extremen van het klimaat.
Symbool
De meest visuele wijziging is waarschijnlijk wel het nieuwe symbool van dit natuurpark. De watersnip werd vervangen door de kraanvogel. Deze broedt hier, zoals hierboven al beschreven, nu al een vijftal jaren. Het is een vogel die veel rust en wel wat ruimte nodig heeft. Het feit dat hij nu in deze vallei is neergestreken, geeft aan dat het jarenlange werk loont! Het blijft echter een kwetsbare vogel in een kwetsbare omgeving en dus vraagt met aan alle bezoekers om respect te tonen voor deze uitzonderlijke situatie.
Het bezoekerscentrum blijft de naam ‘De Watersnip’ behouden. Er bestaan plannen om dit bezoekerscentrum te verplaatsen naar de gebouwen rond de uitkijktoren, maar zo ver is men nog niet.
Als ik een persoonlijke tip mag geven: start je wandeling aan ‘De Watersnip’ en maak een combinatie van het gele en rode wandelpad. Daar waar ze elkaar in het bos kruisen, wissel je van kleur. Op die manier kan je enkele koppelingen maken dit telkens verschillen. Dat vind ik nog altijd de mooiste aangeduide wandelingen. Elke keer opnieuw ontdek ik weer andere dingen!
(Danny Boelanders- foto Gust Ischen)
Naast het artikel op VRT.be waren mijn overige bronnen Natuurpunt.be en Wikipedia.