De tweede lezing tijdens het symposium ‘Tussen Heide en Garnizoen’ in Bocholt zou normaal worden verzorgd door Bèr Geelen. Door ziekte moest hij echter afzeggen. Zijn verhaal over het
Weerter garnizoen ging gelukkig niet verloren:
Peter Korten nam de aanwezigen mee naar de jaren dertig, toen Weert in nauwelijks één jaar tijd veranderde in een echte garnizoensstad.
Korten begon zijn verhaal in 1936. Europa werd steeds onrustiger, maar Nederland hield vast aan zijn neutraliteit. Minister-president Hendrik Colijn probeerde de bevolking gerust te stellen en sprak de inmiddels beroemde woorden dat Nederlanders rustig konden gaan slapen.
Achter de schermen maakte het Nederlandse leger zich echter wel degelijk zorgen. Vooral Limburg vormde een kwetsbare strook tussen Duitsland en België.
Blik op het zuiden
Een belangrijke figuur in Kortens verhaal was luitenant-generaal Henri van Voorst tot Voorst. Hij had zich verdiept in de strategische positie van Limburg en zag het belang van een sterkere militaire aanwezigheid in het zuiden van Nederland.
Van Voorst tot Voorst kende de streek bovendien persoonlijk. Via familiebanden kwam hij regelmatig in Weert. Volgens Korten kan dat mee een rol hebben gespeeld toen naar een geschikte plaats voor een nieuw garnizoen werd gezocht.
Lange tijd circuleerden verschillende mogelijke locaties. Maar in november 1937 werd het plots heel concreet. Het gemeentebestuur van Weert kreeg de vraag of het wilde meewerken aan de vestiging van een garnizoen.
Welgekomen in crisistijd
Voor Weert was het vooruitzicht aantrekkelijk. Nederland zat nog volop in de economische crisis van de jaren dertig. Honderden militairen naar de stad halen betekende niet alleen werkgelegenheid, maar ook extra klanten voor handelaars, cafés, logementen en andere ondernemingen. Het stadsbestuur aarzelde dan ook niet lang.
Gronden werden aangeboden voor de bouw van de kazerne en voor militaire oefeningen. Daarbij ging het niet om enkele kleine percelen. Voor de oefenterreinen waren honderden hectaren nodig.
Het tempo waarin vervolgens beslissingen werden genomen, was indrukwekkend. Op 5 februari 1938 kreeg Weert definitief groen licht. Nog geen twee maanden later stonden de militairen er al.
Honderden militairen stappen uit de trein
Op 29 maart 1938 arriveerden de eerste honderden militairen aan het station van Weert. Historische foto's die Korten tijdens zijn lezing toonde, brengen die dag opnieuw tot leven. Grote groepen militairen trokken door de stad, begeleid door muziek. Via de Singels ging het richting centrum en de Sint-Martinuskerk.
Voor Weert moet het een ongewoon schouwspel zijn geweest. De stad had nooit eerder zoveel militairen tegelijk gezien.
Ook het gemeentebestuur maakte er een officiële gebeurtenis van. Burgemeester Kolkman verwelkomde de nieuwkomers.
Alleen was er één probleem: de eigenlijke kazerne bestond nog niet.
Eerst slapen in barakken
Daarom werd eerst een tijdelijk barakkenkamp opgetrokken. Ook dat gebeurde razendsnel. Op 20 juni 1938 was het klaar.
De militairen namen er hun intrek terwijl vlakbij volop aan de definitieve kazerne werd gewerkt. Foto's tonen hoe de soldaten hun eenvoudige slaapplaatsen inrichtten.
Ondertussen werd de bouw van het grote kazernencomplex aanbesteed. De werken kostten honderdduizenden guldens, voor die tijd een enorme investering.
Nog voor het einde van het jaar was ook die klus geklaard.
Op 21 december 1938 kon de nieuwe kazerne worden betrokken. Tussen de definitieve beslissing in februari en de ingebruikname waren amper tien maanden verstreken.
Militairen veranderen een stad
Daarmee begon het echte garnizoensleven. De komst van honderden militairen had een veel grotere impact dan alleen de bouw van een kazerne. Ook officieren en hun gezinnen hadden woonruimte nodig. Handelaars kregen nieuwe klanten en het verenigings- en uitgaansleven veranderde. Vooral de wijk Keent groeide sterk.
Daar moest ook voor bijkomende kerkelijke infrastructuur worden gezorgd. Er kwam een grote nieuwe kerk, de Sint-Josephkerk, met plaats voor ongeveer 1.500 gelovigen. Ze moest onder meer de militairen en de snel groeiende bevolking van de wijk kunnen opvangen.
Ook andere voorzieningen ontstonden rond het garnizoen. De militairen gingen deel uitmaken van het dagelijkse leven in Weert.
Maar Europa bleef onrustig
Terwijl in Weert het nieuwe garnizoen vorm kreeg, werd de internationale situatie steeds dreigender.
Nederland probeerde zijn verdediging te versterken. In het zuiden speelde onder meer de Peel-Raamstelling een belangrijke rol. Die verdedigingslinie liep van de omgeving van Grave richting het zuiden en moest een Duitse opmars helpen vertragen.
Ook de militairen uit Weert werden in de Nederlandse verdedigingsplannen opgenomen.
Intussen bleef Nederland hopen dat het, zoals tijdens de Eerste Wereldoorlog, neutraal zou kunnen blijven.
Die hoop bleek vergeefs
Op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen. Voor de Nederlandse militairen ging alles bijzonder snel. Duitse troepen braken door de verdediging en de eenheden die vanuit Weert waren vertrokken, zouden niet meer gewoon naar hun nieuwe kazerne terugkeren.
Enkele dagen later capituleerde Nederland.
De kazerne die amper anderhalf jaar eerder feestelijk in gebruik was genomen, kwam in Duitse handen terecht. Daarmee voltrok zich bijna hetzelfde scenario als in Kamp Beverlo in Leopoldsburg tijdens de Eerste Wereldoorlog: een moderne militaire infrastructuur waarin kort voordien zwaar was geïnvesteerd, kon door de bezetter worden gebruikt.
Duitse militairen in Weert
Tijdens de bezetting namen verschillende Duitse eenheden hun intrek in de kazerne. Ook aan de rest van het militaire terrein werd een nieuwe invulling gegeven.
Voor de inwoners van Weert veranderde daarmee ook de betekenis van het garnizoen. De militairen die in 1938 feestelijk door de stad waren getrokken, waren verdwenen. Hun plaats was ingenomen door de bezetter.
Toch kwam Weert relatief goed door de oorlog. De stad ontsnapte aan de grootschalige verwoestingen die elders plaatsvonden.
In september 1944 werd Weert bevrijd.
De Duitse militairen verdwenen en de kazerne kwam opnieuw beschikbaar. Maar terugkeren naar de toestand van 1938 was onmogelijk. Nederland stond voor de wederopbouw en ook zijn krijgsmacht moest helemaal opnieuw worden georganiseerd. Daarbij zou de kazerne van Weert opnieuw een belangrijke rol krijgen.
Morgen het vervolg: oorlogsvrijwilligers voor Nederlands-Indië, de Onderofficiersschool en Koninklijke Militaire School, de sluiting van de kazerne en de opmerkelijke terugkeer van militaire oefeningen rond Weert.
In deze reeks verschenen eerder: