In nauwelijks één jaar tijd kreeg
Weert in 1938 een compleet garnizoen. De Tweede Wereldoorlog maakte abrupt een einde aan die eerste periode, maar
na de bevrijding begon een nieuw hoofdstuk. De kazerne zou uitgroeien tot een begrip voor generaties Nederlandse militairen. Tijdens het symposium ‘
Tussen Heide en Garnizoen’ in Bocholt vertelde Peter Korten hoe Weert na de oorlog opnieuw een militaire stad werd – en hoe daar in 2014 uiteindelijk toch een einde aan kwam.
Na het vertrek van de Duitse bezetter stonden de kazerneterreinen opnieuw ter beschikking. Toch konden de Nederlandse militairen niet simpelweg de draad van voor 1940 weer oppakken.
De eerste naoorlogse periode was chaotisch. Mensen waren op drift geraakt en militaire infrastructuur werd ook gebruikt om tijdelijk grote groepen mensen onder te brengen.
Maar Nederland had vooral dringend behoefte aan een nieuwe krijgsmacht.
Naar Nederlands-Indië
Daarbij speelde Weert al snel opnieuw een rol. In de kazerne werden onder meer oorlogsvrijwilligers samengebracht en opgeleid die naar Nederlands-Indië zouden vertrekken. Historische beelden tonen groepen jonge militairen die vanuit Weert afscheid namen en aan een reis begonnen waarvan velen nauwelijks konden inschatten wat hen te wachten stond.
Het betekende dat de kazerne vrijwel onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog opnieuw een belangrijk opleidingscentrum werd. Van 1946 tot 1951 was er een militaire opleiding gevestigd en in de daaropvolgende jaren werd die opleidingsfunctie steeds belangrijker.
Onderofficieren opleiden
Een cruciale stap was de komst van de Onderofficiersschool, kortweg OOS. Daar werden de toekomstige onderofficieren van de Nederlandse krijgsmacht gevormd. Daarmee kreeg Weert een functie die veel verder reikte dan de verdediging van Limburg: militairen uit heel Nederland kwamen er terecht voor hun opleiding.
In 1961 werd de instelling de Koninklijke Militaire School. Die naam zou gedurende tientallen jaren onlosmakelijk verbonden blijven met Weert. Wie beroepsonderofficier wilde worden, had een grote kans om tijdens zijn loopbaan enige tijd in de Limburgse garnizoensstad door te brengen.
Koninklijk bezoek
De betekenis van de school bleek ook uit de vele officiële bezoeken. Leden van het Nederlandse koningshuis kwamen geregeld naar de kazerne. Korten toonde tijdens zijn lezing verschillende historische foto's waarop onder meer koningin Juliana te zien was tijdens bezoeken aan het militaire complex. Voor Weert waren dergelijke bezoeken telkens bijzondere gebeurtenissen. Het onderstreepte tegelijk de nationale betekenis die de militaire school had gekregen.
Een eigen wereld in de stad
Decennialang vormde de kazerne bijna een stad binnen de stad. Er waren opleidingsgebouwen, sportvoorzieningen, exercitieterreinen en verblijven. Jaar na jaar kwamen nieuwe lichtingen militairen naar Weert.
Maar de invloed stopte niet aan de kazernepoort.
De militairen gingen in Weert winkelen, op café, sporten en wonen. Sommigen leerden er hun partner kennen en bleven na hun militaire loopbaan in de streek wonen.
De band tussen de stad en de kazerne werd daardoor steeds hechter.
In 1979 kwamen de vrouwen
Ook maatschappelijke veranderingen werden zichtbaar achter de kazernepoort. Een markant moment kwam er in 1979, toen ook vrouwelijke militairen hun intrede deden in de opleiding in Weert. De militaire wereld, die lange tijd vrijwel uitsluitend uit mannen had bestaan, veranderde geleidelijk mee met de samenleving. Generaties mannen én vrouwen zouden uiteindelijk een deel van hun militaire opleiding in Weert krijgen.
De Koude Oorlog loopt af
Maar vanaf het einde van de twintigste eeuw veranderde de internationale situatie fundamenteel. De Koude Oorlog liep ten einde en West-Europese landen begonnen hun strijdkrachten af te bouwen. Kazernes werden gesloten, eenheden samengevoegd en terreinen afgestoten.
Ook de toekomst van Weert kwam ter discussie te staan. Vanuit de stad werd jarenlang gelobbyd om de kazerne en de militaire school te behouden. Het economische en maatschappelijke belang was immers aanzienlijk. De lobby kon de sluiting uiteindelijk niet voorkomen.
In 2014 viel het doek
In 2014 kwam definitief een einde aan de militaire opleidingsfunctie van het kazerneterrein. Na ongeveer 76 jaar verdween daarmee de permanente militaire aanwezigheid die in maart 1938 zo spectaculair was begonnen met de aankomst van honderden soldaten aan het station. Het terrein, ongeveer 17 hectare groot, werd afgestoten. Voor miljoenen euro's kwam het in handen van partijen die een nieuwe toekomst voor de site moesten uitwerken.
Even kreeg het voormalige militaire complex nog een totaal andere functie toen er opvang voor asielzoekers werd georganiseerd. Daarna kwamen de plannen voor een definitieve herontwikkeling.
Waar vroeger militairen marcheerden en toekomstige onderofficieren werden opgeleid, moet een nieuwe woonomgeving ontstaan. De oude kazerne wordt zo steeds meer onderdeel van de gewone stad.
Toch verdwijnt het militaire verleden niet volledig. Een aantal gebouwen en elementen blijft herinneren aan de oorspronkelijke functie van het gebied.
En uitgerekend op het ogenblik dat de oude kazerne een burgerlijke toekomst krijgt, wordt de militaire aanwezigheid rond Weert opnieuw actueler.
Defensie heeft weer ruimte nodig
De geopolitieke situatie in Europa is sinds enkele jaren sterk veranderd. De Russische invasie van Oekraïne en de hernieuwde aandacht voor de verdediging van Europa hebben ervoor gezorgd dat Nederland opnieuw fors in Defensie investeert.
Dat betekent ook dat oefenterreinen opnieuw belangrijker worden. Rond Weert worden militaire terreinen weer intensiever bekeken en gebruikt. Volgens Korten vonden er inmiddels opnieuw oefeningen plaats.
Dat levert een opmerkelijke tegenstelling op. Jarenlang werden militaire gronden afgestoten omdat Defensie ze niet meer nodig leek te hebben. Nu blijkt ruimte voor oefeningen opnieuw schaars en waardevol.
De geschiedenis maakt een bocht
Daarmee kwam Korten bijna terug bij het begin van zijn verhaal. In 1936 verzekerde premier Hendrik Colijn de Nederlanders dat ze rustig konden gaan slapen. Enkele jaren later stond het land midden in de oorlog. Ook na de Koude Oorlog leek een grote militaire infrastructuur steeds minder noodzakelijk. Kazernes sloten en terreinen kregen andere bestemmingen. Vandaag wordt daar opnieuw anders naar gekeken.
De geschiedenis van het Weerter garnizoen is daardoor meer dan een nostalgisch verhaal over soldaten, kazernes en exercitieterreinen. Het toont hoe internationale ontwikkelingen heel concrete gevolgen kunnen hebben voor een stad. In 1938 bracht de dreiging van oorlog honderden militairen naar Weert. In 2014 vertrokken de laatste militairen omdat een grote krijgsmacht niet langer noodzakelijk leek.
En amper een decennium later is de behoefte aan militaire ruimte opnieuw een actueel onderwerp. Peter Korten eindigde zijn lezing dan ook met een vrije verwijzing naar Colijns beroemde woorden uit 1936: de aanwezigen mochten die avond gerust gaan slapen.
Al leert de geschiedenis van het Weerter garnizoen dat niemand precies weet hoe de wereld eruitziet wanneer we weer wakker worden.
In deze reeks verschenen eerder: