De gemeenteraad van Lommel begon dinsdagavond met een uitzonderlijk
druk bijgewoond spreekrecht.
René Fillée sprak er namens de jaargasten van Blauwe Meer en Parelstrand, terwijl parkmanager
André van der Molen de bezorgdheden van zowel recreanten als campingbeheer toelichtte. Aanleiding was de forse verhoging van de belasting op tweede verblijven en bepaalde verblijfsformules op de recreatieparken.
Fillée noemde de voorgestelde stijging van 300 procent “buiten proportie” en waarschuwde voor zware gevolgen voor veel jaargasten. Volgens hem dreigt voor sommigen het breekpunt bereikt te zijn, waardoor zij hun verblijf op het park niet langer zullen kunnen aanhouden.
Hij wees ook op de mogelijke impact op de Lommelse horeca en handel. Geld dat naar een veel hogere taks gaat, kan volgens hem niet meer worden uitgegeven in cafés, restaurants en winkels. Fillée stelde bovendien dat tweede verblijvers weinig gebruik maken van stedelijke diensten. Op het recyclagepark kunnen de gasten niet terecht, want ze wonen niet in Lommel, zo gaf hij als voorbeeld aan. Hij voegde er in één adem aan toe: “Het is Saint-Tropez niet, het is Lommel.” Daarom vroeg hij dat de verhoging opnieuw zou worden bekeken in verhouding tot wat de stad hen effectief aanbiedt.
Ook André van der Molen, parkmanager van Blauwe Meer, vroeg aandacht voor de economische gevolgen. Hij wees erop dat sommige verhuurobjecten en chalets door een andere indeling plots in een veel hogere belastingscategorie dreigen terecht te komen. Daardoor zou de belasting in sommige gevallen oplopen tot 1.200 euro per plaats. Volgens hem lopen hierover al procedures. Van der Molen waarschuwde dat zulke verhogingen, samen met andere kostenstijgingen zoals de btw, recreatieverblijven voor hun doelpubliek te duur dreigen te maken. De meerkosten voor het park zouden immers doorgerekend gaan worden naar de recreanten toe. Minder vakantiegasten zou volgens hem ook minder inkomsten betekenen voor de Lommelse middenstand. Hij overhandigde daarnaast brieven en handtekeningen van jaargasten die hun bezorgdheid wilden laten registreren maar niet aanwezig konden zijn op de gemeenteraad, en spijtig genoeg die thuis ook nog niet konden volgen via de live-stream.
Burgemeester Bob Nijs kon het zich niet herinneren dat er ooit nog meer volk bij de gemeenteraad aanwezig was. Hij erkende in zijn antwoord dat het om een aanzienlijke verhoging gaat, maar verdedigde tegelijk de redenering van het stadsbestuur. Hij schetste de drie categorieën waarmee op de recreatieparken wordt gewerkt: 50 euro voor een openluchtrecreatief verblijf (een caravan of mobilhome), 750 euro voor een wooncaravan (de stacaravan) en 1.200 euro voor een tweede verblijf (chalet of vaste constructie). Volgens de burgemeester is het logisch dat ook toeristen bijdragen aan het welzijn van de stad en aan de infrastructuur waarvan gebruik wordt gemaakt. Hij verwees daarbij niet alleen naar wegen, maar ook naar veiligheidsdiensten en andere stedelijke voorzieningen.
Tegelijk draaide Nijs de vraag naar “rekening houden met de bezorgdheden” ook om richting parkuitbaters. Hij stelde dat de stad de voorbije jaren zelf met heel wat verzuchtingen kampte, onder meer over permanente bewoning op de parken en over een jarenlange discussie rond de betaling van de bestaande belasting. Volgens de burgemeester is er de voorbije jaren vanuit de exploitatie van de recreatieparken bezwaar aangetekend tegen de vroegere belastingreglementen, waardoor volgens hem een aanzienlijk bedrag nog niet in de stadskas is terechtgekomen.
“In een ideale wereld zouden we kunnen werken met een belasting per overnachting, maar dan heb je nood aan een betrouwbare partner die correct is in de aangifte. Een bedrag van 1 à 2 euro lijkt me dan een redelijke belasting. Met onze forfaitaire belasting komen we in de buurt”, aldus de burgemeester. René Fillée zou nog aanstippen dat zelfs 365 maal twee nog altijd geen 1.200 euro is, waarna de burgemeester stelde dat die 1 à 2 euro per persoon diende gerekend te worden.
Burgemeester Nijs deed een voorstel: de voorbije 4 jaar is de stad steeds in discussie geweest met de uitbaters van Parelstraat en Blauwe Meer over de betaling van de voormalige belasting. Die bedroeg toen respectievelijk 30, 250 en 400 euro. “Ik heb daar nooit iemand van u daar over horen klagen, dus daaruit mag ik afleiden dat dit bedrag voor jullie eerlijk en correct was. Maar toch diende het parkmanagement bezwaar in tegen die belasting. Die belasting is ook nooit betaald aan de Lommelse gemeenschap”, zo besloot de burgemeester waarna er geroezemoes kwam van de parkgasten.
De burgemeester richtte zich rechtstreeks naar de parkgasten: “Mogelijk hebt u die (belasting, red) wel betaald (aan het parkmanagement, red), maar wij hebben ze alleszins niet ontvangen." Indien de stad die sommen alsnog zouden kunnen ontvangen, zou er bereidheid zijn om te kijken of er aanpassingen kunnen komen.
Van der Molen reageerde daarop nog kort en stelde dat er bij Blauwe Meer volgens zijn informatie destijds wel degelijk betaald had willen worden, maar dat de discussie toen verweven raakte met het erfpachtdossier en de interpretatie van de verschillende verblijfsformules. Hij verwees ook naar een overlegmoment op 30 maart, waarvoor de toeristische sector en de stad zijn uitgenodigd, en sprak de hoop uit dat daar verder in dialoog naar oplossingen kan worden gezocht.
Het spreekrecht verliep sereen, maar maakte wel duidelijk hoe groot de ongerustheid is bij de jaargasten en uitbaters van de recreatieparken. Het debat over de belasting op tweede verblijven en recreatieverblijven lijkt daarmee nog lang niet afgerond. Het item zou later op de gemeenteraad nogmaals naar voor komen.
Marc Faes