De derde spreker tijdens het symposium ‘
Tussen Heide en Garnizoen’ in Bocholt was
Jac Biemans. Hij nam de aanwezigen mee naar de geschiedenis van
Legerplaats Budel, een plek waar internationale spanningen telkens opnieuw rechtstreeks ingrepen op het lokale leven. Van de Koude Oorlog en Hongaarse vluchtelingen tot Duitse militairen en het huidige asielcentrum: telkens kreeg dezelfde plek een nieuwe bestemming.
De legerplaats ontstond midden jaren vijftig, toen de Koude Oorlog volop woedde. De verhouding tussen het Westen en de Sovjet-Unie verslechterde snel en Nederland wilde een grote, parate landmacht in stand houden.
Daarvoor waren niet alleen kazernes nodig, maar ook ruimte voor herhalingsoefeningen. In 1954 viel het oog op het uitgestrekte heide- en stuifzandgebied tussen Weert en Budel, op de grens van Noord-Brabant en Limburg.
Plaats voor duizenden militairen
Het plan voorzag in een legerplaats voor zowat 2.000 militairen, met daarnaast voldoende ruimte voor oefeningen. In maart 1955 werd ongeveer 90 hectare grond aangekocht.
Bij de bouw koos men grotendeels voor hout in plaats van steen of beton. Dat drukte de kostprijs aanzienlijk. Uiteindelijk bedroegen de bouwkosten ongeveer 12,8 miljoen gulden, zowat acht miljoen minder dan bij een volledig stenen kazerne.
Op 2 augustus 1956 werd de legerplaats in gebruik genomen. De officiële opening volgde op 8 november.
De nieuwe site was voor die tijd bijzonder modern. Er kwamen dertien grote legeringsbarakken, kantines, een film- en toneelzaal, sportterreinen, parkeerplaatsen en negen kilometer wegen. De barakken werden bewust schuin geplaatst om het terrein een minder strak en gevarieerder uitzicht te geven.
Er was zelfs een eigen rioolwaterzuivering die vergelijkbaar was met die van een gemeente van 6.000 inwoners. In het keukengebouw bevond zich een manschappeneetzaal met 800 zitplaatsen. De 54 douches konden samen zowat 160 militairen per uur verwerken.
Van soldaten naar Hongaarse vluchtelingen
Lang bleef de legerplaats niet uitsluitend militair.
In oktober en november 1956 brak in Hongarije een opstand uit tegen het communistische bewind. Sovjettroepen sloegen die hard neer. Duizenden mensen kwamen om en meer dan 200.000 Hongaren vluchtten het land uit.
Nederland besloot een deel van hen op te vangen. In januari 1957 werd Legerplaats Budel tijdelijk omgevormd tot een Hongaars dorp.
Op 14 januari 1957 arriveerden de eerste vluchtelingen per trein in Weert. Op het stationsplein werden ze verwelkomd met het Hongaarse volkslied, gespeeld door de Limburgse Jagers. Daarna ging het per bus naar Budel.
Een compleet dorp in de kazerne
De legerplaats werd volledig aangepast aan gezinnen. De strozakken van de soldaten verdwenen en maakten plaats voor echte bedden en matrassen. Er kwamen familiekamers, winkels, medische voorzieningen en zelfs een kraamkamer.
Straten en kruispunten op het terrein kregen Hongaarse namen. Middenstanders uit Weert en Budel richtten een winkel in waar vluchtelingen met bonnen kleding en schoenen konden krijgen.
Ook aan ontspanning werd gedacht. Er waren films, radio's, televisietoestellen, biljarts, tafeltennistafels, werkbanken en muziekinstrumenten.
Opvallend was dat er tijdens het verblijf zelfs vier Hongaarse koppels trouwden op de legerplaats.
Eind februari vertrok de laatste groep en kon Budel opnieuw gebruikt worden voor militaire herhalingsoefeningen.
Indische Nederlanders in Budel
Maar een jaar later kreeg de legerplaats alweer een nieuwe tijdelijke bevolking. Na de onafhankelijkheid van Indonesië verlieten honderdduizenden Nederlanders en Indische Nederlanders de voormalige kolonie. In 1958 werden tussen januari en mei ongeveer 8.500 repatrianten gedurende enkele dagen in Budel opgevangen.
Voor velen was de aankomst een enorme overgang. Sommigen maakten er voor het eerst kennis met een Nederlandse winter en sneeuw.
Net als bij de Hongaren volgden registratie, medische controle en tijdelijke huisvesting. Ook koningin Juliana bezocht de legerplaats. Door zware mist kon zij niet vertrekken en moest ze er onverwacht overnachten. De kamer waarin ze sliep, bleef nog lang bekendstaan als de Julianakamer.
Een kind dat op de legerplaats werd geboren, kreeg zelfs Budel in haar naam mee. Aan deze periode herinnerde later een zonnewijzer, die tegenwoordig door de plaatselijke erfgoedvereniging wordt bewaard.
Duitse soldaten: twintig jaar na de oorlog
Vanaf eind jaren vijftig keerde de militaire functie opnieuw terug. Toch stond begin jaren zestig alweer een ingrijpende verandering voor de deur.
De NAVO wilde haar troepen anders organiseren. Nederland zou militairen legeren in het Duitse Zeedorf, terwijl Duitse militairen naar Budel zouden komen.
Dat lag bijzonder gevoelig. De Tweede Wereldoorlog was nog geen twintig jaar voorbij. Vooral voormalige verzetsstrijders en de Communistische Partij Nederland verzetten zich hevig tegen de komst van Duitse militairen.
Er waren demonstraties en stille tochten. In januari 1963 trokken tegenstanders zelfs naar de graven van vermoorde verzetsmensen in Budel-Dorplein. Toch stemden zowel Tweede als Eerste Kamer in.
Duitse kwartiermakers arriveren
Op 20 mei 1963 arriveerden de eerste Duitse kwartiermakers. Enkele weken later, op 1 juli, volgden de eerste dienstplichtigen. De bezetting liep op tot ruim 2.000 militairen.
Ter vergelijking: Budel zelf telde toen ongeveer 8.700 inwoners. De komst van zoveel Duitsers betekende dus een enorme verandering voor het dorp. Er kwamen honderden woningen voor Duitse militairen en hun gezinnen. In de wijk De Roos verrezen flats en gezinswoningen, samen bijna 300 woningen. Daarnaast kwamen er een Duitse school, kinderopvang en katholieke en evangelische voorzieningen.
Strenge gedragsregels
De Duitse militairen kregen duidelijke instructies over hoe ze zich in Nederland moesten gedragen. Ze mochten buiten de legerplaats niet in groep marcheren en ook militair zingen was buiten het terrein verboden. De Duitse staf kreeg Nederlandse les.
Bovendien werd zorgvuldig nagegaan wie naar Budel kwam: personeelsleden mochten tijdens de Tweede Wereldoorlog niet in Nederland actief zijn geweest.
Een speciaal boekje legde uit hoe Duitse militairen een goede relatie met de plaatselijke bevolking konden opbouwen. Familie, sport en hobby's waren geschikte gespreksonderwerpen. Oorlog en partijpolitiek konden beter worden vermeden.
Het doel was duidelijk: de militairen moesten zich zo onopvallend en correct mogelijk in het Nederlandse dagelijkse leven inpassen.
Duitse jongens en Budelse meisjes
Dat lukte uiteindelijk opmerkelijk goed. De Duitse militairen waren vaste klanten in cafés, danszalen en winkels en leverden een belangrijke bijdrage aan de lokale economie.
Ook op relationeel vlak ontstonden heel wat contacten. Biemans vertelde dat uiteindelijk ongeveer 800 lokale vrouwen met een Duitse militair trouwden.
Een van hen omschreef jaren later waarom Duitse jongens populair waren: ze maakten volgens haar keurig een buiging wanneer ze wilden dansen, terwijl Nederlandse jongens eerder op hun vingers floten.
De huwelijken werden misschien wel het duidelijkste bewijs dat de aanvankelijk zeer gevoelige komst van Duitse soldaten uiteindelijk leidde tot een sterke verwevenheid tussen beide gemeenschappen.
Meer dan veertig jaar Duitsers
De overeenkomst uit 1963 was oorspronkelijk voor tien jaar bedoeld. Uiteindelijk zouden Duitse militairen meer dan veertig jaar in Budel blijven.
In 1988 kreeg de legerplaats ook officieel een naam: de Nassau-Dietzkazerne, verwijzend naar de Duitse tak van het Huis Oranje-Nassau.
Pas in 2005 vertrokken de Duitse militairen. Enkele jaren bleef het daarna relatief stil. In 2014 vertrokken ook de laatste Nederlandse militairen.
Opnieuw vluchtelingen
Vanaf mei 2014 begon opnieuw een opmerkelijk hoofdstuk.
Op het voormalige militaire terrein werd azc Cranendonck ingericht. Het werd een aanmeldcentrum voor asielzoekers die aan het begin van hun Nederlandse asielprocedure staan. Aanvankelijk ging het vooral om mensen uit Syrië en Eritrea. Het aantal bewoners liep in de loop der jaren op tot ongeveer 1.500.
Voor Biemans is dat een opvallende historische parallel. In 1957 werden op precies dezelfde plek Hongaarse vluchtelingen opgevangen. Een jaar later volgden duizenden repatrianten uit Indonesië. En ruim een halve eeuw later wonen er opnieuw mensen die hun thuisland hebben verlaten.
Defensie wil terug
Ook nu lijkt de internationale situatie opnieuw de toekomst van het terrein te bepalen. Door de veranderde veiligheidssituatie in Europa heeft Defensie opnieuw meer ruimte nodig voor oefeningen, opslag en militaire activiteiten. Daarom bestaan plannen om het terrein rond 2028 opnieuw voor Defensie beschikbaar te maken.
Het is bijna een perfecte samenvatting van de geschiedenis die Biemans schetste: oorlogsdreiging leidde in de jaren vijftig tot de bouw van een legerplaats, internationale conflicten brachten er vluchtelingen naartoe, de NAVO bracht Duitse militairen naar Budel en nieuwe geopolitieke spanningen zorgen er nu voor dat Defensie opnieuw naar het terrein kijkt.
De geschiedenis herhaalt zich misschien nooit helemaal, maar op Legerplaats Budel komt ze opvallend vaak terug.
In deze reeks verschenen eerder: