Wie ooit een paar uren Latijn gehad heeft, herinnert het zich nog wel. De leuze vat uitstekend de sfeer samen die er een slordige tweeduizend jaar geleden heerste in het Romeinse Rijk. De rijkelui leefden er in absolute decadentie. Het levensdoel van de inwoners bestond uit overdadig eten – vreten zeg maar – en het bijwonen van evenementen in de arena’s, waarbij mensenlevens allerminst gespaard werden. En uiteindelijk leidde dat onvermijdelijk tot de totale instorting van wat eens een imperium was dat heel de rest van de wereld tot stichtend voorbeeld diende. Panem et circenses wilden ze, tot de Germaanse leider Odoacer er in 476 n.C. een definitief einde aan maakte. Tenminste voor wat het westelijk deel aangaat.
En nu schiet me de naam te binnen van een jonge kerel die een paar jaren ouder was en dus hoger zat dan ik, op wat toen het Sint-Hubertucollege van Neerpelt heette. Discretie belet mij om zijn echte naam te vermelden. Hij is immers nog alive and kicking. Laten we aannemen dat hij Raf Ekselmans heette. Raf was een stoere kerel met een stem als een klok, van niets of niemand bang. En verstandig was hij ook. Hij besloot om na de retorica geschiedenis te gaan studeren aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Nu zwaaide daar een prof met de geschiedenisboeken, die algemeen bekend stond om zijn spraakgebrek. Het correct articuleren van de R was voor hem in heel zijn bestaan jammerlijk onmogelijk gebleven. En de brave man leed daaronder.
Stel u voor: de eerste les in een aula. Raf Ekselmans zit op de eerste rij. Hij is super geconcentreerd. Niets van wat die gerenommeerde prof zegt, zal hem ontgaan.
“De Lomeinen leefden enkel vool blood en spelen”, sprak hij. Raf dacht dat hij een grapje maakte. ‘Bloot en spelen’ zeg! Hij schoot luidop in een bulderende lach. En Raf, die kon lachen!
“Eluit meneel!” blafte de rood aangelopen historicus. En hij maakte daarbij een gebaar dat niets aan duidelijkheid te wensen liet.
Raf heeft meteen voorgoed de brui gegeven aan zijn universitaire carrière. Hij is ondernemer geworden. En succesrijk ook, ja.
Deze anekdote dateert van 1961, vijfenzestig jaar geleden als ik goed tel.
Maar als ik de laatste tijd mijn krantenartikels lees of het nieuws volg op de radio of de TV, dan krijg ik sterk de indruk dat we weer eens in zo’n decadent tijdvak beland zijn. Wat anders te denken van een president van de Verenigde Staten die vind dat FIFA-voorzitter Gianni Infantino (what’s in a name?) secretaris-generaal van de Verenigde Naties moet worden? Of van ultra-orthodoxe Joodse kolonisten die – tegen alle wetten in – ongestraft hele lappen grondgebied van de straatarme Palestijnen inpalmen? Om maar te zwijgen van de Israëlische minister van Nationale Veiligheid, Itamar Ben-Gvir die er rond voor uitkomt dat “we doelgerichte moorden moeten uitvoeren in Gaza en er elke nacht 30 tot 40 moeten elimineren”!
Ik wou soms dat we konden reageren zoals Raf Ekselmans in 1961: gewoon stoppen en met een totaal andere wereld beginnen. Maar dat kunnen we niet.
Intussen beleven onze jongeren elke week een ander peperduur festival en kiezen wij een restaurant uit waar we nog niet geweest zijn en waar we van horen zeggen dat het er wel wat kost, maar dan heb je ook waar naar je geld.
Chel Driesen