Er verschijnen steeds meer rare fietsen in het straatbeeld en dat is een goede zaak, want meer fietsen zijn minder auto’s. Vooral jonge gezinnen trekken de laatste tijd met opvallend creatief vormgegeven tweewielers rond. Ze sleuren er hun hele kroost mee naar de school, de muziekles, de sporttraining… en ze hebben groot gelijk, want het is wellicht sneller als met zo’n hijgende, stinkende vierwieler. Je ziet ze voorbij scheuren op een extra lange fiets, met wel twee kinderstoeltjes op de bagagedrager. Of ze hebben van voor een bak, waarin wel drie kleine, gehelmde nazaten passen. Een karretje achter de fiets kan ook, maar dat is dan meer iets om een hond in te transporteren.
Ik ben helemaal fan, want de jeugd die over tien jaar tegenwoordig zal zijn, is dan al van kinds af aan gewoon om te fietsen. Na het transport van de kids op de fiets, komt het meetrekken van kind op fiets door de ouder en vervolgens het zelfstandig fietsen. Zo krijgen we een generatie fietsers.
Een ander raar fenomeen in de wereld der stalen rossen is de fat bike. Je zou van dit type verwachten, dat die populair zou zijn bij senioren, want je kan er lekker uitgezakt op zitten en dankzij de brede banden heb je minstens het idee dat je meer grip op de weg hebt. Maar niets is minder waar! Het zijn net hangjongeren die dit modelletje omarmen. Eerst hangen ze wat rond op een perkje of pleintje en daarna hangen ze zichzelf over hun geliefde fat bike, die nagenoeg vanzelf rijdt.
En dan is er nog een hele resem aan sportieve vélo’s. Voor elke ondergrond en elk doel is er wel een fiets: de racefiets, de mountainbike, de gravel bike, de cyclocross-fiets, de triathlonfiets en een combinatie van alles en nog wat: de hybride fiets.
Een grote variëteit dus aan tweewielers op het Vlaamse wegennet en het grappige is dat dit een weerspiegeling is van de samenleving. Een fiets is typerend voor de mens erbovenop geworden dat ik ze er zo kan uithalen. Zet mij tien fietsen op een rij en ik zet er de juiste pedaaltrapper op. Daarnet kwam ik bijvoorbeeld een puberend meisje tegen op een elektrische damesfiets met tassen links en rechts. Dan weet je: dit klopt niet, die heeft het rijwiel van de mama geleend.
Ik ben ook nog geen enkele frisse veertiger op een fat bike tegengekomen, want dat past niet in het stereotype beeld van de fat biker. Langs de andere kant heb ik nog geen hangjongeren op een gravel bike gezien. Een hond op een stoeltje voorop het stuur dan weer wel. Zo heb ik zelf al rondgereden. Wat zegt dat dan over mij?
Want: ken je de fiets, dan ken je de mens!
Jan Verheyen