Jullie kennen Pieter Cornelis Boutens toch nog? Hoezo neen? Komaan, ik zal een schuchtere poging ondernemen om het geheugen een beetje op te frissen van wie in het Middelbaar Onderwijs ooit een portie Nederlandse literatuur heeft moeten slikken.
Hoe laat is’t aan de tijd? ‘t Is liefdes uur.
Rinkelt er al een belletje? Boutens is geboren in Middelburg in 1870 en overleed in Den Haag op 14 maart 1943. Het gedicht waarvan ik hierboven de beginregels vermeld, heb ik ooit vanbuiten moeten leren. Dat niet alleen trouwens. Voor straf. Boutens, classicus van opleiding en zwaar beïnvloed door de Tachtigers, was een literair slachtoffer van het naturalisme en het modernisme. En het stukje poëzie hierboven vind ik een absolute draak. Ik bespaar jullie daarom de volledige tekst. Het is een kanjer van een onding! Waarom ik er dan over begin? Welnu, elke vrijdag in de gevorderde namiddag tormenteert me telkens weer de steeds luider klinkende innerlijke vraag: “Hoe laat is ‘t aan de tijd?’ Het vermaledijde beginvers blijft me dan als een hardnekkige oorwurm door mijn kop knagen. Het is een ongelijke strijd: na een weliswaar beperkte tijd van zwak en zinloos verzet, geef ik me onvoorwaardelijk gewonnen. Ik zoek mijn fiets op en begeef me Kroonwaarts. Daar wachten immers mijn vrienden die wekelijks door dezelfde sirenenzang getroffen worden: de irresistable call of the crown. Niemand houdt ons tegen. Hier volgen de dwanggedachten die onze breinen dan beheersen.
Rondom de klok van vijf
zeggen we dag tegen ‘t wijf.
Om een uur of zes
grijpen we gretig naar de fles.
Berouwvol zucht er wel eens een om zeven:
“Was ik toch maar thuis gebleven.”
Oei, is ‘t al acht?
Dat had ik niet gedacht!
De klok slaat negen.
Nu kunnen we er weer tegen.
En voor het vrolijk wederzien
zijn we terug thuis om tien!
Ja, ik heb het beladen woord ‘wijf’ gebruikt. Het spijt me. Ik bedoelde daar echt niks denigrerends mee. En neen Anna (zo heet mijn feministische kleindochter), ik ben niet ten prooi gevallen aan misogynie! Trouwens in verwante talen heeft dat woord helemaal geen negatieve connotaties. De Engelse nobility stelt hun dames voor als ‘my wife’, in het Duits zingen studenten van behoorlijk niveau over ‘Wein, Weib und Gesang’ Uit mijn eigen studententijd herinner ik me dat ook in ons eigen Nederlandse liederenrepertorium een onverbiddelijke hit voorkwam dat ging over “een wuf dat spon”. En zingt onze onvolprezen eigen bard Ivan Heylen niet over een “schoon wijveken”?
Sorry dus, dames, I meant no harm. En ik kan echt niet beloven dat het nooit meer zal gebeuren.
Chel Driesen
*misogynie: vrouwenhaat