De heilige Anna (ook wel Hannah) is volgens christelijke maar evenzeer
volgens islamitische tradities de moeder van de Maagd Maria, die op haar
beurt de moeder was van Jezus. Anna verschijnt in de Koran en in
teksten van een schrijver uit de 2de eeuw na Christus, een schrijver die
zichzelf Jakobus noemt. Jakobus zou een zoon van Jozef van Nazareth
zijn, uit een eerder huwelijk.
In het Midden-Oosten werd Anna al vanaf de zesde eeuw als heilige
vereerd. In het Westen was dit pas vanaf de twaalfde eeuw, voornamelijk
via steden als Venetië en Rome.
In deze teksten van Jakobus wordt het verhaal geschetst over de opvoeding van Maria (de moeder van Jezus), haar huwelijk met Jozef van Nazareth, hun reis naar Bethlehem, de geboorte van Jezus en de gebeurtenissen direct daarna. Hier vinden we de oudste vermelding van Anna. Zij was de moeder van Maria en getrouwd met Joachim, een priester die later ook heilig verklaard werd.
Jakobus doet het voorkomen alsof hij getuige was van de geboorte van Jezus. De schrijver leunt in zijn verhaal sterk op traditionele Bijbelse figuren en werkt de verhalen over de geboorte van Jezus uit de evangelies van Matteüs en Lucas verder uit.
Het verhaal gaat als volgt: Anna en haar man Joachim zijn volgens de traditie gehuwd, welgesteld, maar kinderloos. Zij leven heel devoot. Toch wordt het offer van Joachim in de tempel geweigerd, omdat hij geen kinderen heeft. Joachim vlucht daarna met zijn kudde de woestijn in. Anna denkt dat hij dood is en doet haar beklag bij God en vraagt om een kind. Haar gebed wordt verhoord. Tegelijk krijgt Joachim van een engel te horen dat zijn vrouw in verwachting is. Hij keert met zijn kudde terug en ontmoet zijn vrouw bij de Gouden Poort in Jeruzalem en geeft haar een kus. Anna baart een meisje: Maria. De ouders wijden het kind aan God en brengen Maria als zij drie jaar oud is naar de tempel. Daar wordt zij gevoed door engelen.
Als zij twaalf jaar oud is, wordt Maria door de hogepriester uitgehuwelijkt aan Jozef van Nazareth, een weduwnaar op leeftijd. Jozef heeft kinderen en is timmerman. Maria wordt – tijdens een periode dat Jozef afwezig is – zwanger door de Heilige Geest. Als Jozef thuiskomt ziet hij dat Maria in verwachting is. Jezus wordt onderweg naar Bethlehem geboren in een grot. En dat terwijl Maria haar maagdelijkheid nog behouden heeft: onbevlekt ontvangen…
In de dertiende eeuw ontstond het verhaal van de drie huwelijken van Anna. Volgens de theorie van het trinubium (‘drie huwelijken’) zou Anna twee keer weduwe zijn geworden. Ze trouwde eerst met Alfeüs, daarna met Zebedeüs en uiteindelijk met Joachim. Uit elk huwelijk werd een dochter geboren en telkens kreeg die de naam Maria.
De Rooms-Katholieke Kerk was niet onverdeeld gelukkig met het verhaal over de drie huwelijken van Anna, omdat haar trouwlustigheid de ‘vleselijke lust’ te veel zou benadrukt hebben. Na het Concilie van Trente (1545-63) raakte de theorie van het trinubium dan ook in diskrediet. Daarmee raakte Sint Anna een deel van haar populariteit kwijt, evenals haar vooraanstaande plaats in de christelijke kunst.
Op schilderijen wordt ze zelden alleen afgebeeld. Soms wordt ze afgebeeld met Maria als kind naast zich maar vaker wordt ze afgebeeld met Maria én het kind Jezus. Dit noemt men dan ‘Sint-Anna-te-Drieën’ of - als het om beeldhouwwerken gaat - de ‘Sint-Annatrits’.
Ze wordt ook wel zittend afgebeeld terwijl ze een vrucht of een druiventros aanbiedt aan het kind Jezus dat Maria haar dan voorhoudt.
Een populair thema in de schilderkunst is anderzijds de ontmoeting van de heilige Anna met Joachim bij de Gouden Poort, nadat zij op hoge leeftijd zwanger is geworden en hij uit zelfgekozen ballingschap terugkeert.
De feestdag van de heilige Anna is 26 juli. (Danny Boelanders - foto Gust Ischen)